Uitspraak
[minderjarige], geboren op
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2013, die sinds de scheiding in 2020 gezamenlijk het gezag uitoefenen. De rechtbank had bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder is, met een co-ouderschapsregeling waarbij de zorg gelijk verdeeld is.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing en verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen, mede vanwege onenigheid over de inschrijving van de minderjarige bij de gemeente. De moeder verzet zich hiertegen en benadrukt het belang van continuïteit en rust voor het kind.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling gaven aan dat het belang van het kind het beste wordt gediend met handhaving van de huidige situatie, mede omdat beide ouders in staat zijn voor het kind te zorgen en het kind graag bij beiden verblijft.
Het hof oordeelt dat de feitelijke situatie, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder is en de zorg gelijk verdeeld, in het belang van het kind is en dat onvoldoende is gemotiveerd waarom dit zou moeten wijzigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en bevestigt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder blijft.