In deze zaak zijn de ouders het oneens over de zorgregeling voor hun 14-jarige kind na echtscheiding. De moeder verzocht om uitbreiding van de zorgregeling met extra vaste dagen en een duidelijkere verdeling van vakanties en feestdagen. De vader wenst de huidige regeling te handhaven vanwege zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder en de zelfstandigheid van het kind.
Het hof heeft de minderjarige in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, die uitdrukkelijk aangaf geen uitbreiding van vaste zorgdagen te willen, maar wel zelf te bepalen wanneer zij extra dagen bij haar moeder verblijft. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef dit standpunt.
Het hof oordeelt dat de huidige zorgregeling in stand blijft, mede omdat de minderjarige al incidenteel extra dagen bij de moeder doorbrengt en dit passend is gezien haar leeftijd. De moeder wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wijziging van de vakantieregeling, omdat zij onvoldoende gewijzigde omstandigheden heeft gesteld. De beschikking van de rechtbank Limburg wordt bekrachtigd.