Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 22 juli 2022;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2022;
- een brief van [de werknemer] met producties 15 t/m 17, ingekomen ter griffie op 28 februari 2023;
,bijgestaan door mr. Van Straten voornoemd.
3.De beoordeling
Zoals ik u eerder heb aangegeven is het besluit om vastgoed van het RVB te
De bevoegdheid om af te wijken van de openbare procedure bij verkoop ligt bij de minister, of zoals nu het geval de staatssecretaris van BZK. Ook hierover heeft geen officiële besluitvorming plaatsgevonden. Na consultatie van een adviseur van de afdeling Juridische Zaken, heeft u zelf de conclusie getrokken dat de openbare procedure overgeslagen kon worden en de brief van 22 april 2020 verzonden.
(…)
(de manager/sectiehoofd VMR en direct leidinggevende van [de werknemer] ) zich neutraal/afzijdig willen houden van het gerezen meningsverschil tussen het Afdelingshoofd V&T en [de werknemer] omtrent de [adres] (en oplossingen voor de toekomst). (... ) Het blijft lastig om een productie of prestatie goed te kannen beoordelen als de 'basis niet op orde' is. Behandelaars worden geacht met de Regeling 2017 een instrument in handen te hebben om IGG's (ingebruikgevingen) te beoordelen. [de werknemer] vind dat het (hoger) managent feitelijk onvoldoende bewust of op de hoogte is van de (inhoud van de) Regeling.