ECLI:NL:GHSHE:2023:1390
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken belediging Joden op grond van godsdienst bij swastika-afbeelding
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk beledigen van Joden wegens hun godsdienst en/of levensovertuiging door het schilderen van een swastika in het openbaar in Tilburg. De politierechter sprak de verdachte vrij, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het gerechtshof heeft het beroep onderzocht en oordeelde dat het afbeelden van een swastika onmiskenbaar beledigend is voor Joden vanwege hun ras, gezien de historische context van nationaal-socialistische rassenleer en antisemitisme. Echter, het hof stelde vast dat de tenlastelegging specifiek betrekking had op belediging wegens godsdienst en/of levensovertuiging, hetgeen niet bewezen kon worden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Het hof benadrukte dat de verdachte niet geschaad was door correcties in de tenlastelegging en dat de strafvordering niet kon worden toegewezen omdat de wettelijke kwalificatie niet overeenkwam met het bewezen verklaarde.
De uitspraak werd op 26 april 2023 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij de verdachte definitief werd vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat de belediging niet bewezen kon worden wegens godsdienst, maar alleen wegens ras.