Uitspraak
11.Het verdere geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 juli 2022, waarbij [geïntimeerde] in enquête drie getuigen heeft doen horen;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 december 2022, waarbij [appellant] in contra-enquête één getuige heeft doen horen;
- de memorie na enquête van [geïntimeerde] ;
- de antwoordmemorie na enquête van [appellant] .
12.De verdere beoordeling in beroep
uitgangspunten
weging
Jij bevestigt dat er een onderhandse lening bestaat van € 40.000,- uit 2008/2009, welke jij buiten de nalatenschap om zal/wil regelen.
Mr. Goumans vraagt mij of het klopt dat ik in 2008 problemen had met de verzekering en dat [persoon A] [persoon C] toen een nieuwe verzekering heeft geregeld.
“verhaspeling”zijnerzijds en dat hij daarin heeft bedoeld aan te geven dat hij -om van het
“gezeur”over de afwikkeling van de nalatenschap af te zijn- genoegen wilde nemen met (niet zijn legitieme portie van 25% maar) slechts 20%, maar dat is niet zonder meer navolgbaar. Het door [appellant] bedoelde
“gezeur”betrof de omvang van de nalatenschap, terwijl die door [appellant] voorgestelde verlaging van 25 naar 20% zag op zijn aandeel in de nalatenschap, ongeacht de omvang ervan. Zonder nadere toelichting -die ontbreekt- kan dat voorstel (ook vanuit de visie van [appellant] zelf) dan ook redelijkerwijs niet als tegemoetkoming voor het door [appellant] ervaren
“gezeur”worden begrepen.