Uitspraak
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind, geboren in 2006. De minderjarige is sinds 2020 uit huis geplaatst en verblijft sinds juni 2021 in een jeugdhulpaccommodatie. De vader wenst dat het kind weer bij hem komt wonen, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de moeder pleiten voor voortzetting van de uithuisplaatsing vanwege de psychische problematiek van het kind.
Het hof heeft vastgesteld dat de minderjarige kampt met een langdurig loyaliteitsconflict tussen de ouders en ernstige psychische problemen, waaronder suïcidale gedachten en agressief gedrag. De huidige plaatsing biedt rust, maar vervangt niet de noodzakelijke behandeling. De GI zoekt een geschikte behandelplek, met een screening gepland in maart 2022, maar er is nog geen zicht op concrete stappen of alternatieven.
Gelet op het belang van de verzorging en opvoeding en de noodzaak van passende hulpverlening, acht het hof verlenging van de machtiging noodzakelijk tot 1 juni 2022. Voor de periode daarna wordt de beslissing aangehouden, waarbij de GI wordt verzocht uiterlijk 16 mei 2022 te rapporteren over de voortgang. De zaak zal daarna verder worden behandeld op basis van de ontvangen informatie.
Uitkomst: Verlenging machtiging uithuisplaatsing bekrachtigd tot 1 juni 2022 en beslissing voor resterende periode aangehouden.