Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[productions] Productions V.O.F.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3] ,wonende te [woonplaats] , België,
5.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 4 augustus 2020 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 21 oktober 2020;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties 9 en 10;
- de akte van [productions] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
6.De beoordeling
- a. [appellant 2] en [appellant 3] zijn vennoten van [productions] vof.
- b. Bij in 2015 gesloten mondeling koopovereenkomst heeft [geïntimeerde] aan [productions] vof een trailer (oplegger) van het merk [merk] met kenteken [kenteken] verkocht. [geïntimeerde] handelde daarbij in de uitoefening van zijn bedrijf [handelsnaam] .
- c. [geïntimeerde] heeft deze trailer in 2015 aan [productions] vof geleverd.
- d. Bij factuur van 26 november 2015 heeft [geïntimeerde] aan [productions] vof voor de trailer (€ 8.500,-- vermeerderd met € 1.785,-- aan btw is) € 10.285,-- inclusief btw in rekening gebracht.
- e. [productions] vof had van [geïntimeerde] nog € 7.232,78 te vorderen ter zake van 33 opeisbare facturen uit 2014.
- f. Partijen zijn overeengekomen dat dit door [geïntimeerde] aan [productions] vof verschuldigde bedrag verrekend zou worden met, en dus in mindering zou komen op, het door [productions] vof voor de trailer aan [geïntimeerde] verschuldigde bedrag.
- g. Bij brief van 13 december 2018 heeft de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde] [productions] vof erop gewezen, kort gezegd, dat [geïntimeerde] nog een bedrag van [productions] vof te vorderen heeft
- h. Bij brief van 28 januari 2019 heeft [appellant 3] namens [productions] vof aan de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde] onder meer het volgende meegedeeld:
- een hoofdsom van € 3.652,72;
- € 593,23 ter zake buitengerechtelijke incassokosten;
- € 1.103,88 aan wettelijke rente over de hoofdsom, berekend over de periode tot 22 oktober 2019.
- Gelet op de feiten en omstandigheden moet het er voor worden gehouden dat [productions] heeft erkend dat de koopprijs voor de trailer € 10.285,-- inclusief btw bedroeg. [productions] kan hier niet meer van terugkomen (rov. 4.2 eerste deel).
- Er is niet gebleken dat [productions] de na verrekening resterende vordering heeft voldaan. De vordering is in zoverre toewijsbaar (rov. 4.2 tweede deel).
- Wat [productions] in de conclusie van dupliek vanaf onderdeel 1.8 naar voren heeft gebracht, is te laat naar voren gebracht en moet buiten beschouwing blijven (rov. 4.2 voorlaatste volzin).
- Ter zake de verkeersboetes is slechts de boete van € 67,50 toewijsbaar (rov. 4.3).
- De buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar (rov. 4.4).
- De wettelijke handelsrente is toewijsbaar (rov. 4.5).
- € 3.052,22 aan restant koopsom voor de trailer;
- € 67,50 ter zake de door [productions] aan [geïntimeerde] te vergoeden verkeersboete.
- voormeld bedrag van € 3.119,72;
- € 593,23 ter zake buitengerechtelijke incassokosten;
- € 1.103,88 aan wettelijke rente over de hoofdsom, berekend over de periode tot 22 oktober 2019.
- grief 5: buitengerechtelijk kosten
- grief 6: wettelijke handelsrente
- grief 7: proceskosten