De zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen de beschikking van de rechtbank die een machtiging tot gesloten uithuisplaatsing van hun 16-jarige dochter heeft verleend. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen, waaronder oppositionele gedragsstoornis, middelengebruik en onttrekking aan gezag, wat haar ontwikkeling ernstig belemmert.
De ouders betwisten de noodzaak van de gesloten plaatsing en stellen dat de situatie is verbeterd en dat thuisplaatsing mogelijk moet zijn met passende professionele hulp. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk blijft vanwege het gedrag van de minderjarige en het risico op escalaties bij terugkeer thuis.
Het hof overweegt dat aan de formele vereisten van de Jeugdwet is voldaan en dat er sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die een gesloten plaatsing noodzakelijk maken om onttrekking aan hulp te voorkomen. Het hof benadrukt het belang van geleidelijke uitbreiding van vrijheden en het opbouwen van verlof bij de ouders om verantwoord naar thuisplaatsing toe te werken.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd voor de periode van 22 oktober 2021 tot 22 april 2022. De GI blijft verantwoordelijk voor de veiligheid op de groep en het afstemmen van zorg. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 10 maart 2022.