Uitspraak
8.Het verdere verloop van het geding
9.De verdere beoordeling
[persoon B]heeft in antwoord op de hem gestelde vragen onder meer verklaard:
Klopt dat wat u heeft opgeschreven?
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen appellant en geïntimeerde een afspraak bestond dat zij de huur van een chalet tijdens hun samenwoning gelijkelijk zouden delen. Appellant stelde dat geïntimeerde de helft van de huurkosten zou betalen en dat hij in totaal €15.200,- had voldaan. Ter onderbouwing overlegde hij verklaringen van de parkmanager en deed hij getuigenverklaringen.
Geïntimeerde betwistte de afspraak en stelde dat zij nooit financieel had toegezegd mee te betalen. Het hof heeft het bewijs onderzocht, waarbij appellant als partijgetuige werd gehoord, evenals de parkmanager en geïntimeerde zelf. Het hof oordeelde dat de verklaringen onvoldoende concreet en overtuigend waren om de gestelde afspraak te bewijzen.
Het hof overwoog dat de verklaring van appellant als partijgetuige slechts bewijs in zijn voordeel kan opleveren indien aanvullend sterk bewijs aanwezig is, wat hier ontbrak. De verklaringen van de parkmanager betroffen slechts een gesprek tijdens de bezichtiging, niet een eerdere bindende afspraak. Geïntimeide ontkende stellig de financiële verplichting.
Daarom werd geconcludeerd dat appellant niet is geslaagd in het leveren van het bewijs voor de huurafspraak. Het hof bekrachtigde het vonnis van 3 april 2019 en wees de vordering af. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van de financiële afspraak.