De zaak betreft een hoger beroep van de rechthebbende tegen de afwijzing van haar verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. De rechtbank Limburg had dit verzoek afgewezen. De communicatie tussen de rechthebbende en de bewindvoerder was ernstig verstoord, waarbij de rechthebbende zich kleinerend behandeld voelde en de bewindvoerder wantrouwen uitsprak over het financiële gedrag van de rechthebbende.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat er sprake is van een ernstige, wederzijdse vertrouwensbreuk die samenwerking onmogelijk maakt. Hoewel de bewindvoerder zijn taken zakelijk naar behoren heeft uitgevoerd, rechtvaardigen de bijzondere omstandigheden het ontslag. De inzet van hulpverleners heeft geen verbetering gebracht.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en ontslaat de huidige bewindvoerder met ingang van 1 februari 2022. Tegelijkertijd benoemt het hof de door de rechthebbende voorgestelde opvolgend bewindvoerder. Tevens zijn nadere bepalingen getroffen over de afwikkeling van het bewind en de beloning van de opvolgend bewindvoerder.