Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.AF [X] B.V. ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9385548 / CV EXPL 21-3889)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 11;
- de memorie van antwoord met producties 1 tot en met 7.
3.De beoordeling
- a. AF [X] is opgericht op 2 januari 2019 en is enkele maanden na haar oprichting als franchisenemer een Anytime Fitnesscentrum gaan exploiteren in [locatie] .
- b. [X] Exploitatie is enig aandeelhouder van AF [X] . Bestuurder van [X] Exploitatie is [X] Beheer. Bestuurder en enig aandeelhouder van [X] Beheer is de heer [X] .
- c. Bij huurovereenkomst van 11 juli 2019 heeft [Y] aan AF [X] met ingang van 1 mei 2019 de bedrijfsruimte aan de [adres 1] verhuurd. In deze bedrijfsruimte is AF [X] het hiervoor onder a. genoemde fitnesscentrum gaan exploiteren.
- d. Bij ook op 11 juli 2019 gesloten huurovereenkomst heeft [Y] aan [X] Exploitatie met ingang van 1 mei 2019 het achterste gedeelte van de bedrijfsruimte aan de [adres 1] verhuurd. De reden dat [X] Exploitatie dit achterste deel is gaan huren en niet AF [X] , is dat AF [X] geen toestemming kreeg van de franchisegever om dit achterste deel te huren.
- e. Met ingang van 15 maart 2020 te 18:00 uur heeft AF [X] het fitnesscentrum op grond van door de overheid getroffen coronamaatregelen moeten sluiten. Deze sluiting gold tot en met 30 juli 2020.
- f. Met ingang van 1 december 2020 heeft AF [X] van [Y] ook de bedrijfsruimte aan de [adres 2] gehuurd.
- g. Vanaf 15 december 2020 heeft AF [X] het fitnesscentrum op grond van door de overheid getroffen coronamaatregelen wederom moeten sluiten. Deze sluiting gold tot en met 18 mei 2021. Groepslessen zijn tot 26 juni 2021 verboden gebleven.
- h. AF [X] en [X] Exploitatie hebben een huurachterstand laten ontstaan ten aanzien van alle drie de genoemde huurovereenkomsten.
- veroordeling van AF [X] en [X] Exploitatie tot ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van AF [X] tot betaling van € 30.450,36 aan achterstallige huur (en kosten van elektriciteit), vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten;
- veroordeling van [X] Exploitatie tot betaling van € 6.229,17 aan achterstallige huur (en kosten van elektriciteit), vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten;
- De hoogte van de huurachterstand is niet betwist en staat vast. AF [X] en [X] Exploitatie hebben niets aangevoerd over een restitutierisico. Daarom kunnen de vorderingen ter zake de huurachterstanden in dit kort geding worden toegewezen (rov. 3.2).
- Dat AF [X] een dag voor de mondelinge behandeling € 30.211,44 heeft betaald, staat niet in de weg aan toewijzing van de vorderingen tot betaling van de huurachterstanden. Volgens artikel 6:44 BW Pro strekt de door AF [X] verrichte betaling in de eerste plaats in mindering van de door haar verschuldigde kosten, vervolgens in mindering van de verschenen rente en ten slotte in mindering van de hoofdsom en de lopende rente (rov. 3.2 slot in samenhang met rov. 3.14 en onderdeel 4.6 van het dictum).
- Het is aannemelijk dat een bodemrechter de huurovereenkomst vanwege de hoogte van de huurachterstand zal ontbinden. [Y] heeft er belang bij dat de verhuurde bedrijfsruimtes beschikbaar komen ten behoeve van anderen die hun huurbetalingsverplichtingen wel nakomen. De vordering tot ontruiming is daarom toewijsbaar (rov. 3.5 en 3.6).
- De gevorderde achterstallige elektriciteitskosten zijn toewijsbaar (rov. 3.9).
- De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar (rov. 3.11).
- AF [X] en [X] Exploitatie veroordeeld om de bedrijfsruimten aan de [adres 1] en [adres 2] te [locatie] binnen twee weken na betekening van het vonnis te ontruimen;
- AF [X] veroordeeld om aan [Y] een hoofdsom van € 30.450,35 te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf het moment van opeisbaarheid;
- AF [X] veroordeeld om aan [Y] € 1.079,50 te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- [X] Exploitatie veroordeeld om aan [Y] een hoofdsom van € 6.229,17 te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf het moment van opeisbaarheid;
- [X] Exploitatie veroordeeld om aan [Y] € 686,46 te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- bepaald dat de door AF [X] verrichte betaling van € 30.211,44 in de eerste plaats in mindering strekt op de door haar verschuldigde kosten, vervolgens in mindering op de verschenen rente en ten slotte in mindering op de hoofdsom en de lopende rente.
- had AF [X] ten aanzien van de bedrijfsruimte met huisnummer [huisnummer 1] zes opeenvolgende maanden geen huur betaald;
- had [X] Exploitatie ten aanzien van het achterste deel van de bedrijfsruimte met huisnummer [huisnummer 1] vijf opeenvolgende maanden geen huur betaald;
- had AF [X] ten aanzien van de bedrijfsruimte met huisnummer [huisnummer 2] nog in het geheel geen huur betaald, en dus negen opeenvolgende maanden geen huur betaald.