Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat het geschil tussen de vader en de moeder over het gezag over hun twee minderjarige kinderen centraal. Na de echtscheiding in 2015 oefenden zij gezamenlijk gezag uit, maar de rechtbank beëindigde dit en kende het gezag toe aan de moeder. De vader is tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen en betwist dat hij onvoldoende betrokken is geweest. Hij stelt dat zijn situatie is veranderd doordat hij nu een verblijfsstatus en legitimatiebewijs heeft, waardoor hij meer betrokken kan zijn bij de kinderen.
De moeder voert aan dat het contact van de vader met de kinderen minimaal is en dat zij de volledige zorg draagt. Zij vreest dat gezamenlijk gezag de kinderen kan schaden vanwege de beperkte betrokkenheid van de vader. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert om eerst de hulpverlening via het Centrum voor Jeugd en Gezin af te wachten en daarna te beoordelen of gezamenlijk gezag passend is.
Het hof constateert dat de situatie is veranderd en dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over het contact en de communicatie tussen ouders en kinderen. Daarom verzoekt het hof de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen en advies uit te brengen over het gezag. De zaak wordt aangehouden tot het rapport van de raad is ontvangen, waarna partijen kunnen reageren en een nieuwe zitting kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing over het gezag aan en gelast een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.