ECLI:NL:GHSHE:2022:515
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige van 14 jaar, met een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 voorwaardelijk. Zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie gingen in hoger beroep.
Tijdens het hoger beroep kwam naar voren dat de benadeelde partij een brief had geschreven waarin zij verklaarde de verdachte niet te herkennen als de persoon met wie zij seks had gehad, hoewel zij later verklaarde dat dit briefje niet klopte en dat zij wel een seksuele relatie met de verdachte had. De verdachte ontkende steeds de tenlastelegging en zijn ontkenning kwam consistent en authentiek over. Het hof achtte het bewijs onvoldoende om de tenlastelegging bewezen te verklaren.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, sprak de verdachte vrij en verklaarde de schadevordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk, aangezien geen straf of maatregel werd opgelegd. De benadeelde partij werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.