Uitspraak
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak is het hof gevraagd het hoger beroep van de moeder tegen de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind te beoordelen. De moeder voert aan dat zij opvoedkundig in staat is voor het kind te zorgen en dat de uithuisplaatsing niet langer nodig is. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de onveilige situatie voortduurt, mede door het contact van de moeder met de vader en haar middelengebruik.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing zijn vervuld en dat nieuwe ernstige incidenten hebben plaatsgevonden die de zorgen over de veiligheid en het middelengebruik van de moeder bevestigen. Ondanks de goede wil van de moeder zijn passende hulpverlening en noodzakelijke onderzoeken nog niet gerealiseerd.
Het hof concludeert dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft tot de termijn van 23 februari 2022 en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. De contactregeling tussen moeder en kind blijft beperkt vanwege de onveilige omstandigheden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 23 februari 2022 vanwege onveilige opvoedomstandigheden.