ECLI:NL:GHSHE:2022:494
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na minnelijk schuldhulpverleningstraject
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die haar verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie heeft afgewezen. Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. De man staat onder bewind vanwege financiële problemen.
Het geschil betreft de draagkracht van de man om kinderalimentatie te betalen. De man heeft van 7 maart 2018 tot 8 maart 2021 deelgenomen aan een minnelijk schuldhulpverleningstraject waarbij hij schulden heeft afgelost. Het hof oordeelt dat hij tot 8 maart 2021 geen draagkracht had voor kinderalimentatie. Voor de periode daarna tot 28 november 2021 is vastgesteld dat de man wel draagkracht heeft, ondanks resterende schulden die tijdens of na het traject zijn ontstaan, omdat onvoldoende is aangetoond dat deze schulden niet vermijdbaar waren.
Vanaf 28 november 2021 is het inkomen en de lasten van de man onduidelijk, maar het hof gaat ervan uit dat hij onverminderd draagkracht heeft. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor het deel vanaf 8 maart 2021 en bepaalt dat de man €25 per kind per maand moet betalen, met terugwerkende kracht vanaf die datum.
Uitkomst: De man moet vanaf 8 maart 2021 een bijdrage van €25 per kind per maand betalen voor kinderalimentatie.