Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 17 november 2020, (dossierpagina’s 4-6), betreffende de verklaring van [slachtoffer] , voor zover inhoudende:
(het hof begrijpt: bijrijderszijde)de deur werd opengetrokken. In eerste instantie zag ik in mijn deuropening alleen [verdachte]
(het hof begrijpt telkens: de verdachte [verdachte] ). [verdachte] sloeg mij met zijn rechterhand met gebalde vuist meerdere malen op mijn hoofd. De klappen die [verdachte] mij gaf deden veel pijn. Ik werd met name geraakt aan de linkerzijde van mijn hoofd. Terwijl [verdachte] mij sloeg, hoorde ik hem schreeuwen dat ik dood
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2020, dossierpagina’s 10-11, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
(het hof begrijpt: [locatie] te Venlo)[adres 2] een persoon op de grond liggen die bleek te zijn [slachtoffer] . Wij zagen dat hij zijn bewustzijn verloor. Op het voorhoofd van [slachtoffer] was bloed te zien. Hierop hebben wij verzocht een ambulance ter plaatse te laten komen. Het slachtoffer werd overgebracht naar het ziekenhuis te Venlo voor nader onderzoek.
3. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 december 2020 (dossierpagina’s 18-19), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
4. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 november 2020, dossierpagina’s 20-21, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :
5. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 25 november 2020 (dossierpagina’s 24-27), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 3] :
6. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 24 november 2020 (dossierpagina’s 16-17), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 4] :
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 7 april, (dossierpagina’s 4-5), betreffende de verklaring van [aangever] , namens [benadeelde] , voor zover inhoudende:
2. De verklaring van verdachte ter zitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 923,95 (negenhonderddrieëntwintig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 223,95 (tweehonderddrieëntwintig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 700,00 (zevenhonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met zijn mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.