ECLI:NL:GHSHE:2022:4530
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag moeder over minderjarige kinderen bevestigd in hoger beroep
In deze zaak stond de beëindiging van het gezamenlijk gezag van de moeder over haar twee minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had eerder het gezag van de moeder beëindigd en dit werd door de moeder aangevochten in hoger beroep. Het hof heeft het verzoek van de moeder om de beschikking te vernietigen afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De kinderen stonden sinds 2014 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en het hoofdverblijf was bij de vader. De moeder had een onrustige periode achter de rug, waaronder een huisuitzetting vanwege een hennepvondst, en leefde een instabiel leven. Ondanks dat zij sinds mei 2022 weer een eigen woning had en haar situatie enigszins verbeterd was, bleek zij onvoldoende betrouwbaar en voorspelbaar in het nakomen van afspraken met de hulpverlening en omgangsregelingen.
Het hof stelde vast dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. Ook was er geen samenwerking mogelijk tussen de ouders in de uitoefening van het gezag. Het contact tussen de moeder en de kinderen was beperkt en problematisch, vooral met de oudste dochter die geen gezag van de moeder wenst.
Het hof benadrukte dat de zorgen van de moeder over het contact na beëindiging van het gezag ongegrond zijn, omdat het contact met de jongste dochter blijft bestaan en er plannen zijn voor een warme overdracht van de casus naar het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). De grieven van de moeder faalden, waarna de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de kinderen en kent het gezag toe aan de vader.