ECLI:NL:GHSHE:2022:4504
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie met ingang van 1 januari 2022 na aanhouding wegens onduidelijke draagkracht
In deze zaak tussen de man en de vrouw heeft het hof de vaststelling van de partneralimentatie met ingang van 1 januari 2022 behandeld. Eerder had het hof de alimentatie over 2020 en 2021 vastgesteld, maar de beslissing over 2022 was aangehouden vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de man, mede door een lopende WSNP-aanvraag.
De man heeft het hof meerdere malen geïnformeerd over de voortgang van zijn WSNP-procedure, waarbij uitstel werd verleend. Ondanks deze uitstelverzoeken is er geen dwangakkoord gesloten en is het WSNP-traject nog niet gestart. De vrouw verzocht het hof om uitspraak te doen, gezien de langdurige aanhouding zonder resultaat.
Het hof oordeelde dat het niet langer verantwoord was de procedure aan te houden en besloot op basis van de beschikbare gegevens de alimentatie vast te stellen. De man had onvoldoende bewijs geleverd voor een loonbeslag, en het hof ging uit van een gelijk inkomen in 2022 als in 2021. De alimentatie werd daarom vastgesteld op €455 bruto per maand, geïndexeerd ten opzichte van 2021.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €455 bruto per maand met ingang van 1 januari 2022.