Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal in vereniging’ (
- ‘Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Schuldheling’ (
- ‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
- ‘Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 december 2018 (dossierpagina 541 tot en met 547, inclusief goederenbijlagen), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 3] :
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer 3]] de woning verlaten. De woning was deugdelijk afgesloten. Op donderdag 6 december 2018 te 17:40 uur kwam ik bij de woning. Ik zag dat er in de woning was ingebroken en dat er enig goed was weggenomen. Ik zag namelijk dat een ruit in het keukenraam vernield was en dat de keukenraam openstond. Ik zag dat er glasscherven op de stoep en op de keukenvloer lagen. Op de eerste verdieping zag ik dat er kasten en lades openstonden op mijn slaapkamer en op de slaapkamer van mijn zoon. Ik zag dat er dozen op de vloer lagen en dat er sieraden en geld weggenomen was.
het hof begrijpt: de goederen], zoals genoemd op de bijlage [
het hof begrijpt: bijlagen] goederen, weggenomen.
Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 9 april 2019 (dossierpagina 566 tot en met 567), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 3] :
het hof begrijpt: op 6 december 2018]. Ik zag dat er diverse sieraden en munten lagen uitgestald op het politiebureau verdeeld over diverse tafels. Ik zag op de tafels munten liggen die ik herken. Dergelijke munten zijn weggenomen uit mijn woning. Ik zag een 10 gulden munt (met het nummer H01.SK.2.1.17), een rijksdaalder met het nummer H01.SK.2.1.18 en een dubbeltje (Wilhelmientje) met het nummer H01.SK.4.1.74 liggen. Dergelijke munten zijn uit mijn woning gestolen. Deze munten zaten in een zwarte pot op een kast in de grote slaapkamer op de eerste etage.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 februari 2019 (dossierpagina 16 tot en met 31)
het hof: blijkens de SKDB betreft dit de woning van [medeverdachte]].
Een ander geschrift, betreffende een lijst met voorwerpen (dossierpagina 42 tot en met 47)
het hof begrijpt gelet op dossierpagina 8: de Excellijst H.01 bevattende de in beslag genomen goederen tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] aan [adres 7] op 20 februari 2019]
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 december 2018 (dossierpagina 548 tot en met 551), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
Een deskundigenverslag in de zin van artikel 344, eerste lid en onder 4, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 4 januari 2019 (dossierpagina 556 tot en met 565, inclusief bijlage) opgemaakt door de NFI-deskundige ing. S. Tuinman en voor zover inhoudende:
Resultaten
DNA profielcluster: 1951.
het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte];
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 17 januari 2019 (dossierpagina 658 tot en met 660), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 4] :
Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 22 januari 2019 (dossierpagina 669 tot en met 673), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7] :
Een deskundigenverslag in de zin van artikel 344, eerste lid en onder 4, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 12 februari 2019 (dossierpagina 676 tot en met 683, inclusief bijlage) opgemaakt door de NFI-deskundige ing. S. Redeker en voor zover inhoudende:
Resultaten
DNA profielcluster: 1951.
het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte];
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 november 2017 (dossierpagina 22 tot en met 27, inclusief goederenbijlage), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 5] :
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 30 november 2017 (dossierpagina 38 tot en met 39), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 5] :
Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 24 november 2017 (dossierpagina 44 tot en met 45), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 9] :
Een deskundigenverslag in de zin van artikel 344, eerste lid en onder 4, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 14 december 2017 (dossierpagina 48 tot en met 54, inclusief bijlage) opgemaakt door de NFI-deskundige A.I. Berghout MSc en voor zover inhoudende:
Resultaten
DNA profielcluster: 1951.
het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte];
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 januari 2018 (dossierpagina 4 tot en met 6), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 6] :
Het proces-verbaal van forensisch onderzoek woning/bedrijf d.d. 7 december 2017 (dossierpagina 9 tot en met 10), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 10] :
Een deskundigenverslag in de zin van artikel 344, eerste lid en onder 4, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 11 januari 2018 (dossierpagina 13 tot en met 19, inclusief bijlage) opgemaakt door de NFI-deskundige ing. A.P.M. [familienaam 1] en voor zover inhoudende:
Resultaten
DNA profielcluster: 1951.
het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte];
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 24 januari 2019 (dossierpagina 690 tot en met 692), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 8] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 februari 2019 (dossierpagina 698 tot en met 699), voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 11] :
Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 8 februari 2019 (dossierpagina 700), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :
Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 15 februari 2019 (dossierpagina 702), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 15 februari 2019 (dossierpagina 712), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 1 februari 2019 (dossierpagina 704 tot en met 705), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 14] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari 2019 (dossierpagina 707), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] :
het hof begrijpt: [medeverdachte]]. Op de foto welke als bijlage 2 bij dit proces-verbaal is toegevoegd herken ik [verdachte] [
het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte]. Ik ben wijkagent van ‘s-Hertogenbosch Zuid, de wijk waarin [medeverdachte] woonachtig is. Ik heb in mijn hoedanigheid als politieagent en wijkagent vaak en ook nog recent contact gehad met [medeverdachte] . Ik herken [medeverdachte] aan zijn postuur, lichaamshouding en gelaat. Ik heb in mijn hoedanigheid als politieagent regelmatig contact gehad met [verdachte] . Ik herken [verdachte] aan zijn postuur, lichaamshouding en gelaat.
Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 22 januari 2019 (dossierpagina 714 tot en met 716), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 16] :
De verklaring van de getuige [medeverdachte] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 5 maart 2020
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 januari 2019 (dossierpagina 786 tot en met 789, inclusief goederenbijlage), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 3] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 februari 2019 (dossierpagina 807 tot en met 809), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 17] :
De verklaring van de getuige [medeverdachte] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 5 maart 2020
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 10 april 2019 (dossierpagina 826 tot en met 827), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 3] :
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 februari 2019 (dossierpagina 16 tot en met 31)
het hof: blijkens de SKDB betreft dit de woning van [medeverdachte]].
Een ander geschrift, betreffende een lijst met voorwerpen (dossierpagina 42 tot en met 47)
het hof begrijpt gelet op dossierpagina 8: de Excellijst H.01 bevattende de in beslag genomen goederen tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] aan [adres 7] op 20 februari 2019]
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 februari 2019 (dossierpagina 60 tot en met 63), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 19] en [verbalisant 20] :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 februari 2019 (dossierpagina 850 tot en met 865, inclusief goederenbijlage), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 4] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2019 (dossierpagina 866 tot en met 867) voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 21] :
De verklaring van de getuige [medeverdachte] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 5 maart 2020
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2019 (dossierpagina 886), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] :
het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte]. Ik herken [verdachte] aan zijn postuur, lichaamshouding en gelaat.
Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 15 februari 2019 (dossierpagina 888), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 13 februari 2019 (dossierpagina 891), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 22] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2019 (dossierpagina 906 tot en met 907), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 23] :
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 februari 2019 (dossierpagina 16 tot en met 31)
het hof: blijkens de SKDB betreft dit de woning van [medeverdachte]].
Een ander geschrift, betreffende een lijst met voorwerpen (dossierpagina 42 tot en met 47)
het hof begrijpt gelet op dossierpagina 8: de Excellijst H.01 bevattende de in beslag genomen goederen tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] aan [adres 7] op 20 februari 2019]
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 februari 2019 (dossierpagina 60 tot en met 63), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 19] en [verbalisant 20] :
A.
B.
- Bij de inbraak te Schijndel (parketnummer 01-879225-19, feit 4) is een bloedspoor aangetroffen op een kastdeur in de ouderslaapkamer. Aangever heeft over de inbraak verklaard dat onder meer de kasten en lades openstonden op de slaapkamers van hem en van zijn zoon. Deze zijn kennelijk door de inbreker(s) doorzocht op weg te nemen goederen. Daarom zijn ook deze sporen delictgerelateerd en zijn ze als zodanig aan te merken als daderspoor.
- Bij de inbraak te Voorthuizen (parketnummer 01-879225-19, feit 6) is eveneens een bloedspoor aangetroffen op het hoogpolig tapijt onder de wasbak. Aangever heeft verklaard dat er gebroken glas in de badkamer lag. Deze braak – door middel waarvan de inbreker(s) is/zijn binnengekomen – heeft dus plaatsgevonden nabij de badkamer, zodat ook in zoverre de sporen als delictgerelateerd kunnen worden aangemerkt. Nu de sporen bovendien zijn aangetroffen op een niet-verplaatsbaar object zal het hof ook deze sporen aanmerken als daderspoor. Ten overvloede merkt het hof nog op dat het flesje Glassex terecht niet is onderzocht, nu aangever daarover heeft verklaard dat daarin aanvankelijk nog vloeistof zat en op het moment van thuiskomst niet meer. Het flesje was dus eigendom van aangever en niet – zoals zonder enige onderbouwing door de verdediging geopperd – van derden die daarin het bloed van de verdachte zouden hebben bewaard.
- Bij de inbraak te Eersel (01-845166-18, feit 1) is huidepitheel aangetroffen aan de binnenzijde van het glas van het kantelraam, waardoor de inbreker(s) zich toegang tot de woning heeft/hebben verschaft, zodat reeds daarom gesproken kan worden van een daderspoor.
- Bij de inbraak te Vught (01-845166-18, feit 2) ten slotte, is eveneens huidepitheel aangetroffen op het draaikiepraam bij de plek waar de inbreker(s) de woning is/zijn binnengekomen, zodat ook dit spoor delictgerelateerd is en kan worden beschouwd als daderspoor.
C.
D.1.
D.2.
- op de camerabeelden twee personen zijn waar te nemen;
- medeverdachte [medeverdachte] op de camerabeelden door verschillende verbalisanten wordt herkend;
- op deze camerabeelden ook de verdachte door verschillende verbalisanten wordt herkend;
- dat [medeverdachte] zichzelf op de camerabeelden herkent;
- dat [medeverdachte] heeft verklaard dat de andere persoon die – naast hem – op de beelden te zien is, zijn broer – de verdachte – zou kunnen zijn.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. De verdachte is daarvoor hoofdelijk aansprakelijk samen met zijn mededader.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. De verdachte is daarvoor hoofdelijk aansprakelijk samen met zijn mededader.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
54 (vierenvijftig) maanden;
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 20.740,00 (twintigduizend zevenhonderdveertig euro)ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met zijn mededader
hoofdelijkvoor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 20.740,00 (twintigduizend zevenhonderdveertig euro)als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
138 (honderdachtendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
€ 1.300,00 (duizend driehonderd euro)ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met zijn mededader
hoofdelijkvoor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 1.300,00 (duizend driehonderd euro)als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
23 (drieëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
€ 110,00 (honderdtien euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;