De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorg- en opvoedingstaken van hun minderjarige kinderen, waarbij de moeder in hoger beroep verzoekt de geldende zorgregeling te wijzigen of te schorsen vanwege gewijzigde omstandigheden en het belang van de kinderen.
De rechtbank had het verzoek van de moeder afgewezen. In hoger beroep bevestigt het hof dat er weliswaar een wijziging van omstandigheden is, maar geen ontzeggingsgronden voor schorsing van de zorgregeling. De kinderen hebben sinds een incident in mei 2021 geen contact meer met de vader, en hun schriftelijke verklaringen verschillen tussen rechtbank en hof, mogelijk beïnvloed door loyaliteit aan de moeder.
Het hof benadrukt het belang van contact met beide ouders en acht het noodzakelijk dat contactherstel voorlopig onder begeleiding of met hulpverlening plaatsvindt. De vader weigert echter begeleiding, waardoor het hof het subsidiaire verzoek tot begeleide contactregeling afwijst, maar wijst de moeder ook niet toe in haar primaire verzoek tot schorsing.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd vanwege de familierechtelijke aard en de relatie tussen partijen. Het hof doet een dringend beroep op de vader zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de verzorging en opvoeding van de kinderen.