ECLI:NL:GHSHE:2022:3572

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
18 oktober 2022
Zaaknummer
200.260.234_02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over overeenkomst en afnameplicht tussen gemeente en ontwikkelaar

In deze civiele procedure staat een overeenkomst tussen een gemeente en een ontwikkelaar centraal, waarbij de ontwikkelaar niet aan zijn afnameplicht heeft voldaan en daardoor rente verschuldigd is. De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant.

Partijen hebben een comparitie van partijen aangevraagd om informatie uit te wisselen, de stand van zaken te bespreken en de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken. Tevens is de mogelijkheid van mediation ter sprake gekomen.

Het hof heeft besloten de comparitie te honoreren en verdere beslissing aan te houden, waarbij partijen worden opgeroepen persoonlijk of via een bevoegd vertegenwoordiger te verschijnen. De zaak betreft juridische vraagstukken zoals onvoorziene omstandigheden, dwaling, redelijkheid en billijkheid en opschorting.

Het arrest is gewezen door de rolraadsheren J.P. de Haan, P.W.A. van Geloven en M. van Ham en uitgesproken op 18 oktober 2022.

Uitkomst: Het hof heeft de zaak aangehouden en een comparitie bevolen om minnelijke regeling te onderzoeken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.260.234/02
arrest van 18 oktober 2022
in de zaak van

1.[XX] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
[YY] Beheer Groep B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. M. Brüll te Helmond,
tegen
Gemeente Nuenen C.A.,
zetelend te Nuenen,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.B.J. Thijssen te Nijmegen,
op het bij exploot van dagvaarding van 7 februari 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven van 28 november 2018, gewezen tussen onder meer appellanten als gedaagden en geïntimeerde als eiseres.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/325934 / HA ZA 17-652)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven met producties;
  • de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel met producties;
  • de memorie van antwoord in incidenteel appel met producties;
  • de akte vermeerdering van eis van geïntimeerde tevens akte overlegging productie met productie;
  • de akte houdende bezwaar tegen eisvermeerdering van appellanten;
  • de antwoordakte van geïntimeerde.
Appellanten hebben comparitie gevraagd.

3.De beoordeling

Het hof zal het verzoek om een comparitie van partijen te houden honoreren. De comparitie heeft tot doel informatie uit te wisselen en de stand van zaken in de procedure te bespreken. Tevens kan de comparitie worden benut om een minnelijke regeling te beproeven. Desgewenst kan ter zitting verwijzing van de zaak naar mediation worden besproken. De partijen zullen bij de comparitie in de gelegenheid worden gesteld om de zaak kort toe te lichten. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, bijgestaan door hun advocaten op
15 februari 2023 om 9.30 uurzullen verschijnen op de zitting van het hof in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te
's-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3 vermelde doeleinden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, P.W.A. van Geloven en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 oktober 2022.
griffier rolraadsheer