Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2022:3512

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 oktober 2022
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
20-000359-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven en machtiging

In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De veroordeling betrof medeplegen van een opzettelijke overtreding van artikel 3, onder B, van de Opiumwet en diefstal met braak.

Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof heeft het dossier en de vordering van de advocaat-generaal bestudeerd en vastgesteld dat verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend, noch mondeling bezwaren heeft geuit tijdens de terechtzitting. Tevens heeft verdachte geen raadsman of raadsvrouw gemachtigd om namens hem grieven aan te voeren.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, is het hof van oordeel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen aanleiding om af te wijken van deze regel en de zaak inhoudelijk te behandelen. Het arrest is uitgesproken op 6 oktober 2022 door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven en machtiging.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000359-21
Uitspraak : 6 oktober 2022
VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 2 februari 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-866155-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte veroordeeld ter zake van
  • feit 1:medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;
  • feit 2:diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,
tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een proeftijd voor de duur van 2 jaren.
Daarnaast heeft de rechtbank beslist op de vordering van de benadeelde partij.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep verklaart.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman of raadsvrouw heeft gemachtigd dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. P.T. Gründemann en mr. B. Stapert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,
en op 6 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. B. Stapert en mr. P.T. Gründemann zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.