Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met
op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met
- een factuur op naam van [bedrijf 1] (hierna [bedrijf 1] ), gericht aan [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ), de dato 22 april 2014 (DOC-023, p. 759);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 31 mei 2014 (DOC-024, p. 760);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 30 juni 2014 (DOC-025, p. 761);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 1 juli 2014 (DOC-026, p. 762);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 31 juli 2014 (DOC-027, p. 763);
op of omstreeks 1 november 2016 te St. Willibrord, gemeente Rucphen, in elk geval in Nederland, één of meerdere wapens van categorie I onder 3 en/of categorie III onder 1, te weten een geluiddemper (van onbekende makelij en herkomst, passend op de loop van het vuurwapen FN type 1910) en/of een pistool (merk FN type 1910) en/of een pistool (merk Armi-Galesi), en/of (bijpassende) munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad.
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 november 2016 in Nederland van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte, geldbedragen tot een totaal van circa 92.500 euro omgezet en van deze geldbedragen gebruik gemaakt, bestaande dat omzetten en gebruikmaken hierin dat verdachte van deze geldbedragen goederen en/of diensten, te weten een auto en vakanties en bruiloft diensten en bruiloft artikelen en een horloge en meubels en huishoudelijke apparatuur en andere consumptieve goederen, heeft aangeschaft, zulks terwijl hij wist dat deze geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
hij op tijdstippen omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 19 februari 2015 in Nederland telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de hierna te noemen valse geschriften, te weten:
hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2013 tot en met 9 maart 2015 in Nederland geschriften, te weten:
- een factuur op naam van [bedrijf 1] (hierna [bedrijf 1] ), gericht aan [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ), de dato 22 april 2014 (DOC-023, p. 759);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 31 mei 2014 (DOC-024, p. 760);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 30 juni 2014 (DOC-025, p. 761);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 1 juli 2014 (DOC-026, p. 762);
- een factuur op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] , de dato 31 juli 2014 (DOC-027, p. 763);
hij op 1 november 2016 te St. Willibrord, gemeente Rucphen, wapens van categorie I onder 3 en categorie III onder 1, te weten een geluiddemper (van onbekende makelij en herkomst, passend op de loop van het vuurwapen FN type 1910) en een pistool (merk FN type 1910) en een pistool (merk Armi-Galesi), en munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] (AMB-078, p. 334-348), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
(opmerking hof: gemeente Rucphen), doorzocht. Daarbij werden op de eerste verdieping in de bergkast op de werkkamer 12 bankbiljetten van € 200,-- en 87 biljetten van € 500,-- tot een totaalbedrag € 45.900,-- in beslag genomen. Op of bij het bureau, in een bureaulade, in die werkkamer werden tussen ‘handelsgeld’ ook bankbiljetten aangetroffen en in beslag genomen. Naast de doorzoeking van de woning van [verdachte] werd ook een safeloket t.n.v. [verdachte] bij de [bank 1] aan de [adres 2] in Sint Willebrord doorzocht. In dit safeloket werden de volgende voorwerpen aangetroffen en in beslag genomen: 16 bundels met in totaal 1603 biljetten van € 50,-- tot een totaalbedrag van € 80.150,-- en 9 bundels met in totaal 894 biljetten van € 100,-- tot een totaalbedrag van
De verklaring van de verdachte d.d. 3 november 2016 (V-001-05, p. 1178-1180), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
(het hof begrijpt: 1 januari 2002). Toen kwam ik daar een keer en toen zei hij: ik heb monopoly geld. Hij liet mij vals geld zien, briefjes van
De verklaring van de verdachte d.d. 25 april 2017 (V-001-13, p. 1235, 1243), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 11 november 2019), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] (AMB-071, pag. 316-322), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
(hof: € 71.125,55)contant aan diverse aanschaffingen.
(hof:)€ 7.464,-- in 2015 € 2.667,50 en in 2016 € 6.418,--contant is betaald voor vakanties via " [bedrijf 13] " naar respectievelijk Curaçao, Bali en de Malediven.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 4] (AMB-068, p. 311 en 312), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
Het eindproces-verbaal, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] (p. 22), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
De verklaring van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]
(het hof begrijpt: verdachte), zijn zoon en zijn vader geweest. Uiteindelijk heeft [verdachte] beslist met zijn zoon erbij. De handtekening op de opdracht komt overeen met de handtekening op het rijbewijs van [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte). De vorige auto van de zoon van [verdachte] , met kenteken [kenteken 3] , is hierbij ingeruild. Uiteindelijk moest een bedrag van € 22.042,- worden bijbetaald.
(het hof begrijpt: verdachte).
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] (AMB-036, p. 215-219), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
(= vader verdachte)en [moeder verdachte]
(= moeder verdachte)uit de onderzoeksperiode vanaf 2014. Ik heb in de aangiften inkomstenbelasting 2014 en 2015 geen neveninkomsten verantwoord zien worden. Ik heb in de aangiften inkomstenbelasting 2014 en 2015 van [verdachte] gekeken welk bedrag hij had opgegeven als contant aanwezige bedragen. Ik zag in de aangifte 2014 per 1 januari 2014 € 15.378,-- aan overige vorderingen en contant geld was opgegeven en per l januari 2015 € 271.910,-- aan overige vorderingen en contant geld. [6]
De verklaring van de verdachte d.d. 1 november 2016 (V-001-01, p. 1150, 1156), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
De verklaring van de verdachte d.d. 2 november 2016 (V-001-03, p. 1165, 1169), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
De verklaring van de verdachte d.d. 9 november 2016 (V-001-07, p. 1191-1193), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
De verklaring van [vrouw verdachte] d.d. 1 november 2016 (G-009-01, p. 1351-1353), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
(het hof begrijpt: de verdachte)gedaan. Ik krijg iedere week 250 euro van [verdachte] en daar doe ik het mee, en met de centjes van mijn salon, daarmee probeer ik ook mijn kinderen nog te onderhouden.
- de verklaring van [getuige 4] d.d. 15 maart 2016 (G-002-01), p. 1317-1319;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] (AMB-081), p. 357-385;
- de verklaring van [getuige 5] d.d. 1 november 2016 (V-003-02), p. 1256-1259;
- de verklaring van [getuige 5] d.d. 2 november 2016 (V-003-04), p. 1265-1267;
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 11 november 2019;
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 januari 2022;
- de facturen ten name van [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] , DOC-149 tot en met DOC-212, p. 1062-1125.
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] (AMB-081), p. 357-385;
- de verklaring van [getuige 4] d.d. 15 maart 2016 (G-002-01), p. 1317-1319;
- de facturen op naam van [bedrijf 1] , gericht aan [bedrijf 3] d.d. 22 april 2014, 31 mei 2014, 30 juni 2014, 1 juli 2014 en 31 juli 2014, DOC-023 tot en met DOC-27, p. 759-763;
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 11 november 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] (AMB-079), p. 349-350;
- het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] (onderdeel van AMB-038), p. 232-236;
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 11 november 2019.
“hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf”; dit in samenhang met het in artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht bepaalde met betrekking tot gewoontewitwassen.
een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaringgeeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.
“met de centjes van mijn salon, daarmee probeer ik ook mijn kinderen nog te onderhouden”. Ook uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat van het geld van de afslanksalon weinig overbleef. Voorts heeft [vrouw verdachte] op 1 november 2016 bij de FIOD (G-009-01, p. 1352) verklaard:
“Alle rekeningen en alles wordt door [verdachte] gedaan.”De eigen inkomsten van de echtgenote van de verdachte vormen geen verklaring voor de aanschaf van goederen en diensten met een aanzienlijke economische waarde met contant geld.
“Mijn vorige auto met kenteken [kenteken 3] hebben we ingeruild bij [bedrijf 14] . voor deze auto. Ik denk dat de inruilprijs ongeveer de helft was. De andere helft van volgens mij iets van € 20.000 is gesplitst. Ik heb zelf ongeveer een bedrag van € 10.000 betaald van mijn spaarrekening. De andere helft is door mijn vader eventueel samen met mijn opa betaald. Dit bedrag is ook weer geschonken door mijn vader en eventueel mij opa.”Ook de vader van de verdachte, [vader verdachte] (G-008-01, p. 1347-1350) is als getuige gehoord, maar uit zijn verklaring blijkt niet dat hij contant geld heeft bijgedragen voor de aanschaf van deze auto. Het hof komt tot de slotsom dat uit de getuigenverklaring van [getuige 1] en [getuige 2] blijkt dat de verdachte opdracht tot de aankoop van de Mercedes A180 heeft gegeven en dat de verdachte daarvoor een bedrag van in totaal € 12.000,-- contant heeft voldaan terwijl, ondanks het onderzoek ernaar, niet verifieerbaar is gebleken dat het geld toebehoorde aan de vader van de verdachte, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit bedrag van verdachte afkomstig was.
(afgerond € 92.500,--)heeft de verdachte geen ‘concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke’ verklaring gegeven. Ten aanzien van dit bedrag acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het niet anders kan zijn dat het uitgaven betreft die zijn gedaan met geld dat onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf. In zoverre worden de verweren van de verdediging verworpen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden.
geldboetevan
€ 3.000,00 (drieduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een pistool van het merk FN, kaliber 7.65 [goednummer 1625290]
- een geluidsdemper [goednummer 1625291]
- een magazijnhouder [goednummer 1625292]
- 5 patronen, kaliber 7.65 [goednummer 1625307]
- 25 patronen, kaliber 7.65 [goednummer 1525295]
- een pistool van het merk Armi-Galesi, kaliber 6.35 [goednummer 1625296]
- 226 patronen, merk Fiocchi 357 Magnum, kaliber 357 Magnum [goednummer 1625297]
- 45 patronen, merk Sellier & Bellot, kaliber 6.35 [goednummer 1625299].
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: