Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, in die zin dat de verdachte als gevolmachtigde opzettelijk een geldbedrag van € 195.236,83 heeft verduisterd;
- de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest;
- aan het voorwaardelijke strafdeel als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht zal verbinden;
- als bijkomende straf de openbaarmaking van het arrest zal gelasten;
- de vordering van de benadeelde partij, voor zover deze na vermindering nog voorligt, integraal zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
sole and decisivezijn voor het bewijs. De verdediging moet daarom in de gelegenheid zijn gesteld om [benadeelde 1] te horen. Nu [benadeelde 1] is overleden en er geen mogelijkheden zijn om de verdediging te compenseren voor de onmogelijkheid om hem als getuige te horen, dienen zijn verklaringen te worden uitgesloten van het bewijs.
Bewijsmiddelen
(hof: verdachte). Dat hoort niet naar haar te gaan maar naar mij.” [benadeelde 1] hoorde dat [benadeelde 2] zei dat hij hier nooit toestemming voor had gegeven. Nadat [benadeelde 1] vervolgens alle bankafschriften had opgevraagd, werd op 12 juli 2017 ontdekt dat er meerdere grote bedragen waren afgeschreven van de bankrekeningen van [benadeelde 2] . [2] Uit onderzoek naar de bankafschriften van de bankrekening van [benadeelde 2] bleek dat tussen 2 januari 2017 en 14 juli 2017 van de spaarrekening (met rekeningnummer eindigend op - [rekeningnummer 2] ) naar de betaalrekening (met rekeningnummer eindigend op - [rekeningnummer 1] ) van [benadeelde 2] 12 interne overboekingen hebben plaatsgevonden voor een totaalbedrag van € 206.000,00. [3]
vertegenwoordiging (cursivering hof)in alle handelingen op het gebied van het personenrecht, het verbintenissenrecht, het familierecht, het zakenrecht, het fiscaal recht, het procesrecht en elk ander rechtsgebied.
mijn (cursivering hof)bankzaken en overige financiële zaken te regelen.
namens de volmachtgever (cursivering hof)verricht of laat verrichten.
belangen van de volmachtgever (cursivering hof)niet heeft behartigd op een wijze die
redelijkerwijs (cursivering hof)van hem verwacht mocht worden, is hij verplicht eventuele schade die daaruit voortvloeit aan de volmachtgever dan wel zijn erfgenamen te vergoeden.
(het hof begrijpt: onder verwijzing naar de notariële volmacht). [11] De verdachte heeft verklaard dat [benadeelde 2] op 4 januari 2017 niet aanwezig was bij het opmaken van de volmacht bij de Rabobank en dat zij aan het personeel van de Rabobank de notariële volmacht liet zien.
- abonnementen op naam van de verdachte;
- de aanleg van een parkeerplaats en een hekwerk bij haar woning;
- een keuken voor in haar woning;
- spullen voor in haar tuin;
- elektronica bij de Media Markt, Vodafone, Kijkshop en BCC;
- kleding;
- een buikwandcorrectie van haar dochter;
- dieren(arts)kosten voor haar honden;
- sieraden;
- benzine;
- horeca;
- producten, die werden aangeschaft bij Tommy Teleshopping.
- hij niet wist dat de verdachte in het bezit was van een (extra) bankpas van zijn betaalrekening;
- hij geen toestemming heeft gegeven om grote geldbedragen van zijn spaarrekening over te maken naar zijn betaalrekening;
- hij niets weet van betalingen die vanaf zijn rekening zijn gedaan aan de Media Markt te Maastricht, Vodafone te Beek, BCC te Beek en Kijkshop te Beek;
- hij allerlei door de politie genoemde uitgaven vanaf zijn rekening aan diverse bedrijven en doeleinden niet heeft verricht en daarvoor geen toestemming heeft gegeven;
- hij niets weet van afbetalingen aan BLG-hypotheken;
- hij niets weet van betalingen aan de notaris Pas te Beek in februari 2017.
Selbsteintritt’,p. 220) kunnen niet zo begrepen worden dat de verdachte daarmee het recht verkreeg zich het vermogen van [benadeelde 1] toe te eigenen. Dat, zoals door de raadsman uitvoerig is betoogd, tussen de verdachte en [benadeelde 1] sprake zou zijn van een affectieve relatie, leidt niet tot een ander oordeel, waarbij het hof nog opmerkt dat de verdachte zelf ambivalent over haar relatie met [benadeelde 1] heeft verklaard. De verdachte heeft immers in haar eerste politieverklaring d.d. 15 juli 2017 op de vraag wie haar partner was, geantwoord dat dit [betrokkene] was met wie zij een geregistreerd partnerschap had. Op dat moment heeft zij de naam van [benadeelde 1] niet genoemd. In haar tweede verklaring d.d. 29 maart 2018 heeft zij enerzijds verklaard dat zij de vriendin van [benadeelde 1] was, maar anderzijds omschreef zij de relatie met [benadeelde 1] als een vriendschappelijke relatie (p. 372). Naar het oordeel van het hof is in elk geval niet aannemelijk geworden dat de verdachte op basis van de relatie die zij met [benadeelde 1] had onbeperkt gelden mocht onttrekken aan het vermogen van [benadeelde 1] louter om zichzelf daarmee te bevoordelen. Ook de omstandigheid dat [benadeelde 1] op 11 augustus 2016 zijn testament heeft aangepast waarbij hij de verdachte heeft benoemd tot executeur-testamentair en haar zijn inboedel en een bedrag van € 3.000,00 naliet, leidt niet tot een ander oordeel ten aanzien van het handelen van de verdachte met betrekking tot de bankrekeningen van [benadeelde 1] . Integendeel, juist het feit dat [benadeelde 1] aan de verdachte ‘slechts’ de inboedel en een bedrag van € 3.000,00 naliet, sterkt het hof erin dat – anders dan de verdediging stelt – ongeacht de aard van de relatie tussen de verdachte en [benadeelde 1] , [benadeelde 1] niet de uitdrukkelijke bedoeling had om een financiële situatie te laten ontstaan die te vergelijken was met een gemeenschap van goederen.
A: Dat staat daarin, dat weet ik niet uit mijn hoofd.
A: Dingen regelen.
A: Geen commentaar.
verklaringen. Die confrontatie heeft er niet toe geleid dat [benadeelde 1] op zijn verklaringen is teruggekomen of dat zijn verklaringen onjuist zijn gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaringen van [benadeelde 1] voor het bewijs kunnen worden gebruikt.]
(het hof begrijpt: ten behoeve van het optreden in de civiele procedure);
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
€6.424,00 (zesduizend vierhonderdvierentwintig euro).