Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/345572 / HA ZA 18-365)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven tevens houdende vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord;
- het op 25 februari 2022 bij het hof ingekomen H12-formulier door middel waarvan [geïntimeerden] producties heeft ingediend ten behoeve van de mondelinge behandeling op 22 maart 2022;
- de mondelinge behandeling, waarbij [appellant] spreekaantekeningen heeft overgelegd. Hetgeen [geïntimeerden] hebben aangevoerd, en wat overigens ter zitting nog aan de orde is gekomen, blijkt uit de aantekeningen van de griffier.
3.De beoordeling
"perceel grond bebouwd met een tweetal opstallen zijnde een vrijstaande semi-bungalow (woonhuis) met een vrijstaande bedrijfsruimte staande en gelegen te [plaats] aan [adres 1] daar plaatselijk gemerkt met het [huisnummer] (…)". De koopsom bedraagt € 460.000,00 voor het woonhuis en € 60.000,00 voor de bedrijfsruimte, derhalve in totaal € 520.000,00 (artikel 1van de koopovereenkomst).
"Koopovereenkomst voor bedrijfsmatig onroerend goed [adres 1] [plaats]". De koopovereenkomst bevat verder, onder andere, de volgende bepalingen:
"Naar het oordeel van de rechtbank bevat een woning die volgens het vigerende bestemmingsplan een dienstbaar karakter heeft ten opzichte van de bedrijfsruimte een zodanig gebrek dat dit een normaal gebruik van de onroerende zaak als burgerwoning in de weg staat. (…)"(rechtsoverweging 4.14 van het bestreden vonnis).
normaalgebruik als woonhuis met bedrijfsruimte. Uitgaande van deze tekst, zoals deze naar gangbaar spraakgebruik wordt verstaan, gaat het in de koopovereenkomst voor wat betreft het woonhuis naar het oordeel van het hof in beginsel om een woning die zonder meer, dus zonder verplichte bedrijfsuitoefening, geschikt is om te worden bewoond (een burgerwoning).
"Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn.") mochten [geïntimeerden] verwachten dat de onroerende zaak over de eigenschappen zou beschikken die voor een normaal gebruik als woonruimte met bedrijfsruimte nodig zijn. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat in het algemeen hiervoor niet alleen het feitelijk gebruik bepalend is; het kan ook om eigenschappen gaan die de gebruiksmogelijkheden en de vrije verhandelbaarheid van de woning aantasten. Hiervoor is reeds overwogen dat onder normaal gebruik van de woonruimte moet worden verstaan het gebruik als burgerwoning. Grief V faalt.
in beginselonrechtmatig was) heeft [appellant] daarom geen belang.