Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- [meerderjarig kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002;
- [meerderjarig kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van een vrouw tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake partneralimentatie na echtscheiding. De rechtbank had de man verplicht tot betaling van partneralimentatie van €887 bruto per maand tot 24 mei 2022 en €558 bruto per maand daarna. De vrouw vorderde verhoging naar €2.000 bruto per maand, terwijl de man verzocht om afwijzing of nihilstelling.
Het hof bevestigde de ingangsdatum van de alimentatie per 5 juli 2022, de datum van inschrijving van de echtscheiding. De behoefte van de vrouw stond vast, maar de draagkracht van de man werd opnieuw beoordeeld. Het hof ging uit van een gemiddelde winst uit onderneming van €49.143 bruto per jaar over 2019-2021, gebaseerd op concept jaarcijfers 2021. Kosten van een gezamenlijke vakantiewoning van €400 per maand werden meegenomen zolang de verdeling nog niet was afgerond.
De bijdrage voor de meerderjarige kinderen werd besproken. Voor het samenwonende meerderjarige kind 1 werd geen bijdrage van de man toegekend, omdat zij in eigen levensonderhoud voorziet. Voor kind 2, studerend en wonend bij de man, werd een bijdrage van €644 per maand vastgesteld volgens de WSF-norm, zonder aftrek van eigen inkomsten. Het hof berekende de draagkracht van de man op €255 bruto per maand en stelde de partneralimentatie daarop vast. Tevens werd bepaald dat te veel betaalde alimentatie niet hoeft te worden terugbetaald door de vrouw.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd en de overige verzoeken werden afgewezen. De beschikking van de rechtbank werd voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De partneralimentatie is vastgesteld op €255 bruto per maand met ingang van 5 juli 2022.