In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, waarin zijn vorderingen werden afgewezen. Appellant vordert primair dat het hof verklaart dat geïntimeerde tekortgeschoten is in de koopovereenkomst, dat deze rechtsgeldig is ontbonden en dat geïntimeerde gehouden is tot schadevergoeding van €650.000 met rente.
Geïntimeerde is in hoger beroep niet verschenen, waardoor verstek is verleend. Appellant heeft een eiswijziging ingediend die niet in het oorspronkelijke appeldagvaardingsexploot was opgenomen. Het hof overweegt dat een eiswijziging aan de wederpartij betekend moet worden, wat in dit geval onduidelijk is.
Daarom geeft het hof appellant de gelegenheid om alsnog een betekeningsexploot te overleggen en houdt het verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar de rol van 27 september 2022 voor nadere behandeling.
Het arrest is gewezen door de genoemde rechters en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022.