ECLI:NL:GHSHE:2022:2966

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
29 augustus 2022
Zaaknummer
20-001876-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 onder C OpiumwetArt. 26, eerste lid, Wet wapens en munitieArt. 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken grieven tegen vonnis politierechter

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 juli 2022 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Breda van 29 juli 2021. Verdachte was veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet en voor het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. De opgelegde straf betrof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest.

Namens verdachte was hoger beroep ingesteld, maar tijdens de terechtzitting in hoger beroep gaf verdachte aan het hoger beroep niet te willen handhaven en werden geen grieven tegen het vonnis van de politierechter naar voren gebracht. De verdediging verzocht daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Ook de advocaat-generaal steunde dit verzoek.

Het hof oordeelde dat het belang van verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld en het vonnis van de politierechter bleef in stand.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001876-21
Uitspraak : 12 juli 2022
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 juli 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-322581-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:
1. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
2. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
3. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De verdediging heeft het hof verzocht het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte geen grieven meer heeft tegen het vonnis van de politierechter.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard, aangezien er van de zijde van de verdachte geen grieven zijn.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Namens de verdachte is op grond van een bijzondere volmacht d.d. 30 juli 2021 bij akte van 2 augustus 2021 hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft een aanvang genomen door het uitroepen van de zaak op de terechtzitting van 12 juli 2022.
Namens de verdachte is op de terechtzitting van 12 juli 2022 te kennen gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven. Het hof is niet aan een inhoudelijke behandeling van de zaak toegekomen.
Omdat het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling van het hoger beroep, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en zal het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,
mr. J. Platschorre en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,
en op 12 juli 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.A.M. Wagemakers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.