Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 1 december 2020 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 28 januari 2021;
- de memorie van grieven met producties 13-15, 18-20, 23, 25 en 28 en eiswijziging;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 22 juni 2022, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- tijdens de mondelinge behandeling zijn de producties 1-5 behorend bij de conclusie van antwoord, die nog ontbraken in het procesdossier, gekopieerd en toegevoegd aan het dossier;
- de bij H12-formulier door mr. Van der Doe toegezonden productie 34, die tijdens de mondelinge behandeling bij akte in het geding is gebracht.
6.De beoordeling
“Uiteraard, om genoemde redenen. Weet wel dat de internetprijzen laag zijn, daar kan geen loodgieter tegen op. Dat de internetprijzen laag zijn heeft ook een reden, alleen fabrieksgarantie, geen support, zonder alle benodigdheden voor installatie.”(producties 9-10 bij conclusie van antwoord). [appellant] is niet ingegaan op de offerte van [de aannemer] , maar heeft zelf het sanitair ingekocht. De ingekochte kranen bleken evenwel niet juist. Een e-mailbericht van 1 juni 2017 van [de bouwkundig ingenieur] aan [appellant] houdt, naar door [appellant] onbetwist is gesteld, in:
“Voor wat betreft de stelpost sanitair heb ik aangegeven dat je de offerte van de installateur zou kunnen aanhouden bij het bestellen (…)”.
“(…) Tevens is er weinig actie aan de [straatnaam] terwijl [appellant 1] en [appellante 2] met hun gezin bivakkeren in een half afgerond huis. Daardoor zijn wij genoodzaakt gebruik te maken van de korting vlgs bestek a € 75,00 per dag ingaande vanaf vandaag. [appellant 1] heeft ook een deadline aangeven, alle(!) restpunten dienen binnen 14 dagen (voordat zij op vakantie gaan) afgerond te zijn. (…)”.
werkdag, komt een bedrag van € 900,- voor toewijzing in aanmerking. Voor zover door [appellant] ook wordt geklaagd dat [de B.V.] ten onrechte geen beroep heeft gedaan op de boete/korting na 11 juli 2017, zal het hof dit betrekken bij de beoordeling van grieven 5 en 7.