ECLI:NL:GHSHE:2022:2890

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 mei 2022
Publicatiedatum
22 augustus 2022
Zaaknummer
20-002584-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 27 mei 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Eindhoven van 1 november 2021. De zaak betreft een verdachte geboren in 1981, woonachtig te een adres. Het hof heeft het vonnis waarvan beroep bevestigd voor zover het aan het oordeel van het hof onderworpen was, met een aanvulling en/of verbetering van de motivering.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof. Er is geen wijziging van het vonnis zelf, maar het hof heeft de gronden aangevuld en verbeterd. Het arrest is mondeling gewezen en gepubliceerd vanwege het ingestelde cassatieberoep.

Er zijn geen details over de feiten, het bewijs of de strafoplegging in het beschikbare document opgenomen. De bevestiging van het vonnis betekent dat het hof het oordeel van de politierechter onderschrijft en geen aanleiding ziet tot wijziging van het vonnis.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter zonder wijziging.

Uitspraak

Parketnummer: 20-002584-21

Uitspraak : 27 mei 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie Eindhoven, van 1 november 2021, in de strafzaak onder parketnummer 01-225498-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
wonende te [adres] .

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen met aanvulling en/of verbetering van de gronden.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. C.P.J. Scheele.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2022.