Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de rechthebbende, bijgestaan door mr. De Gier;
- de bewindvoerder;
- de mentor.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die het bewind over de goederen van de rechthebbende verlengde voor onbepaalde tijd. De rechthebbende, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis met een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis, verzocht om verlenging van het bewind voor een bepaalde duur van twee jaar, stellende dat hij schuldenvrij is en beter in staat om zijn vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen.
Tijdens de mondelinge behandeling werden de standpunten van de rechthebbende, de bewindvoerder en de mentor gehoord. De bewindvoerder en mentor benadrukten de noodzaak van het bewind vanwege de chronische aard van de psychische aandoening en het risico op terugval. De mentor erkende dat het bewind niet per se voor onbepaalde tijd hoeft te zijn, maar stelde dat het vertrouwen van de rechthebbende in de huidige bewindvoerder is geschaad.
Het hof oordeelde dat de noodzaak van het bewind onbetwist is en dat de chronische psychische toestand van de rechthebbende duurzaam belemmerend is voor het zelfstandig beheren van zijn vermogensrechtelijke belangen. Gezien de psychiatrische voorgeschiedenis en het risico op terugval acht het hof verlenging voor onbepaalde tijd passend, conform het gebruikelijke beleid bij dergelijke aandoeningen. De beschikking van de kantonrechter wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van het bewind voor onbepaalde tijd vanwege de chronische psychische toestand van de rechthebbende.