Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige](hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] .
Jeugd Veilig Verder,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder was tot de beschikking van 28 juni 2021 belast met het gezag over haar minderjarige zoon, geboren in 2005. De rechtbank Oost-Brabant had het gezag beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd, vanwege een onveilig opvoedklimaat en het onvermogen van de moeder om de verzorging en opvoeding adequaat te dragen.
De moeder ging in hoger beroep en voerde aan dat zij wel degelijk in staat is de zorg te dragen, dat het gezag ten onrechte werd beëindigd en dat het in het belang van de minderjarige is dat hij bij haar terugkeert. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling handhaafden het verzoek tot beëindiging, stellende dat de moeder door haar problematiek onvoldoende beschikbaar is en dat de situatie niet is verbeterd.
Het hof oordeelde dat de rechtbank de beslissing deugdelijk heeft gemotiveerd en dat er geen perspectief is op terugplaatsing. De moeder heeft onvoldoende aansluiting bij de behoeftes van de minderjarige en is niet in staat het gezag adequaat uit te oefenen. De gezagsbeëindiging brengt duidelijkheid en rust voor de minderjarige, die loyaal is aan zijn moeder maar gebaat is bij een stabiele opvoedsituatie.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en bevestigde de voogdij van de gecertificeerde instelling, waarmee de belangen en toekomstperspectieven van de minderjarige worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige en bevestigt de voogdij van de gecertificeerde instelling.