ECLI:NL:GHSHE:2022:2651
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van vader in hoger beroep inzake minderjarige
In deze zaak betrof het een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een minderjarige geboren in 2012. De vader verzocht het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen. De moeder en de GI (Stichting Jeugdbescherming West Regio Zeeland) namen deel aan het geding, evenals de Raad voor de Kinderbescherming.
Na ontvangst van het beroepschrift en diverse schriftelijke stukken, trok de vader bij V4-formulier van 13 juli 2022 het hoger beroep in. Hierdoor ging de geplande mondelinge behandeling niet door. Het hof constateerde dat de grieven niet werden gehandhaafd en verklaarde de vader niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak werd op 28 juli 2022 door het hof 's-Hertogenbosch in het openbaar uitgesproken door de rechters Dumoulin, Manders en van Riemsdijk. De beslissing betekent dat het hoger beroep van de vader niet ontvankelijk is verklaard vanwege intrekking van het beroep.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het beroep.