Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[de vennootschap] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond centraal of het voorschot van €250.000 exclusief btw, betaald in het kader van een projectafrekening uit 2010, als afgewikkeld kon worden beschouwd ondanks een restantbedrag van €19.590,29. Het hof heeft het bewijs van STB, waaronder getuigenverklaringen en de zakelijke context van de afrekening, beoordeeld en acht dit voldoende om aan te nemen dat partijen een afspraak hadden gemaakt over de afwikkeling van het voorschot.
De getuigenverklaringen, met name van voormalig commercieel directeur en mede-eigenaar van STB, werden als geloofwaardig beoordeeld. De verklaringen van appellanten en hun getuigen waren onvoldoende concreet om het bewijs van STB te weerleggen. Het hof concludeerde dat het voorschot was verrekend en dat de vordering van appellanten, inclusief het restantbedrag, moet worden afgewezen.
Appellanten verzochten om terug te komen op eerdere beslissingen, stellende dat er geen werkzaamheden waren uitgevoerd waarmee het voorschot was verrekend, maar het hof verwierp dit verzoek vanwege gebrek aan concrete onderbouwing. Het vonnis van 3 april 2019 werd bekrachtigd en appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellanten af en bevestigt dat het voorschot is afgewikkeld; appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.