Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7741566 / CV EXPL 19-3126)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties A, B en C;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- THT drijft een onderneming die zich met name richt op personenvervoer over de weg.
- [geïntimeerde] is een advocatenmaatschap.
- [geïntimeerde] heeft in opdracht van THT werkzaamheden verricht, bestaande uit het verlenen van juridische bijstand in diverse procedures.
- [geïntimeerde] heeft in verband met de overeengekomen werkzaamheden diverse facturen aan THT gezonden. THT heeft die facturen ten dele onbetaald gelaten.
- een hoofdsom van € 10.966,91 ter zake onbetaald gelaten factuurbedragen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de facturen;
- € 884,67 ter zake buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW vanaf de dag van de inleidende dagvaarding;
- THT heeft terecht aangevoerd dat DAS Rechtsbijstand het gefactureerde bedrag van € 5.000,-- exclusief btw al heeft betaald. In verband daarmee heeft [geïntimeerde] haar vordering verminderd met € 5.000,--. Voor het overige kan het verweer van THT niet slagen. De verminderde vordering is dus toewijsbaar (rov. 4.12).
- Ter zake buitengerechtelijke kosten is het verminderde bedrag van € 673,35 toewijsbaar (rov. 4.13).
- De vordering in reconventie is niet toewijsbaar (rov. 4.14).
- THT moet als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie en in reconventie worden veroordeeld (rov. 4.16).
- THT veroordeeld om aan [geïntimeerde] een hoofdsom van € 5.966,91 te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de facturen;
- THT veroordeeld om aan [geïntimeerde] ter zake buitengerechtelijke incassokosten € 884,67 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 30 april 2019 (de dag van de inleidende dagvaarding);
- het in conventie meer of anders gevorderde afgewezen.
- honorering van het beroep op verrekening dat gedaan is in punt 18 van de memorie van grieven, en in verband daarmee toewijzing van de vordering van [geïntimeerde] tot een hoofdsom van slechts € 2.216,91;
- toewijzing van de door [geïntimeerde] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 683,01;
- compensatie van de proceskosten van het geding in eerste aanleg;
- Mr. Vonken heeft zich op goede gronden aan de zaak onttrokken omdat THT geen inhoudelijk antwoord gaf op vragen van mr. Vonken over de zaak en omdat THT een klacht had ingediend tegen mr. Vonken, zodat de vertrouwensband tussen mr. Vonken als advocaat en THT als cliënt was vervallen. Dat mr. Vonken THT niet verder kon bijstaan in het hoger beroep komt dus geheel voor rekening van THT.
- Uit de door THT overgelegde nota’s van LXA blijkt niet dat die nota’s betrekking hebben op de verdere behandeling van het hoger beroep in de zaak tegen [persoon A] . THT had de memorie van grieven al opgesteld en ingediend. Niet valt in te zien dat nadien nog veel werkzaamheden dienden te worden verricht in het hoger beroep.