Uitspraak
5.Het verdere geding in hoger beroep
- de memorie van grieven van [appellante] met producties;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] in principaal beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel beroep, met een productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel beroep van [appellante] ;
- de akte van [geïntimeerde] ;
- de antwoordakte van [appellante] .
6.De beoordeling
“(…)
“(…)
“(…)
“(…)
“Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen
“Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder
“Onder een bouwterrein als bedoeld in het
“(…)
“(…)
“(…)
7.De uitspraak
- in conventie: [appellante] is veroordeeld tot betaling van € 3.607,71 aan gefactureerde courtage, met wettelijke handelsrente;
- in reconventie is beslist om [appellante] in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren en om [appellante] te veroordelen tot betaling van de proceskosten;
- in principaal beroep: € 85,68 aan dagvaardingskosten, op € 760,-- aan griffierecht en op € 1.114,-- aan salaris advocaat;
- in incidenteel beroep: op € 835,50 aan salaris advocaat;
- voor wat betreft de nakosten op € 163,-- als geen betekening plaatsvindt dan wel op € 248,-- en de explootkosten als niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de hierbij uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden,
- alles te vermeerderen met de wettelijke rente daarover als de partij deze bedragen niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;