Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
14.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 7 september 2021;
- de akte van depot waarbij [appellant] een USB-stick met een geluidsopname heeft laten deponeren;
- de akte van [appellant] van 28 september 2021, met producties 7 en 8;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 19 oktober 2021.
15.De verdere beoordeling
nietis geslaagd in het leveren van het hem opgedragen bewijs en overweegt daarover het volgende:
door (cursivering hof)de verzekering, maar heeft nergens gezegd dat hij heeft toegezegd dat de inspanningen die
hij(cursivering hof) zich zou getroosten conform de werkwijze van het [installatiebedrijf] -rapport zouden worden uitgevoerd. Evenmin valt er in die passage terug te vinden dat [geïntimeerde] heeft toegezegd dat hij de woning zou terugbrengen in de staat zoals die was voor de wateroverlast, al zou [geïntimeerde] wel hebben gezegd in het gesprek dat de schade is hersteld. Dat die schade ook betrekking had op het vochtgehalte in vloer en muren blijkt echter uit niets. [geïntimeerde] had het, zo heeft hij ook in de antwoordakte aangevoerd, over het herstel van de gesprongen waterleiding en het hak- en breekwerk. Die schade, aldus [geïntimeerde] is door de verzekeraar (althans door, zo blijkt uit de verklaring van de getuige [getuige 2] , de door de verzekeraar ingeschakelde aannemer [aannemer] ) hersteld en die uitleg sluit aan bij de hiervoor aangehaalde passage uit de transcriptie.
dusniet aan die verplichtingen heeft voldaan. Dat [geïntimeerde] te snel zou zijn opgehouden met het drogen van de woning en/of onvoldoende materieel zou hebben ingezet staat niet vast. Voor het nader opdragen van bewijs of het gelasten van een deskundigenonderzoek ziet het hof in wat [appellant] heeft aangevoerd en mede in het licht van wat is overwogen over de uitleg van de koopovereenkomst en de omvang van de uit die koopovereenkomst voor [geïntimeerde] voortvloeiende herstelverplichtingen, geen gronden aanwezig.