Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 8233616 CV EXPL 19-8801)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
zich ter realisering van de doelstelling, zoals o.a. omschreven in het Abbeyfieldconcept, belast met een aantal beheeractiviteiten in opdracht van de eigenaar[Woonzorg]
.
jegens [appellant]onrechtmatig (geweest) zou zijn. De stellingen die [appellant] in dit verband heeft geponeerd, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, kunnen een dergelijke conclusie niet dragen. Daar komt bij dat voor het verband tussen de door [appellant] gestelde en door Abbeyfield betwiste onregelmatigheden en eventuele schade, de aard van die eventuele schade en het verband met de vorderingen van [appellant] en/of diens kwalificatie als belanghebbende in de zin van artikel 12 lid 4 van Pro de statuten van Abbeyfield een toereikende onderbouwing ontbreekt. Grief III wordt verworpen.