Uitspraak
zaaknummer 200.287.630/01:
zaaknummer 200.294.020/01:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de vader, vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand, onder curatele gesteld moest worden of dat bewind en mentorschap noodzakelijk waren. De dochter en broer hadden verzoeken ingediend tot instellen van beschermingsmaatregelen, terwijl de vader zich hiertegen verzette en hoger beroep instelde tegen eerdere rechtbankbeslissingen.
Het hof heeft een deskundigenonderzoek gelast, maar de vader weigerde hieraan mee te werken. Desondanks kon het hof op basis van beschikbare medische verklaringen, gedragswaarnemingen en feitelijke omstandigheden een verantwoord oordeel vormen. Uit de medische rapportages en getuigenissen bleek onvoldoende dat de vader niet in staat was zijn belangen te behartigen. De vader woont zelfstandig, regelt zelf zijn financiën en medische afspraken en vertoont geen eenduidige tekenen van dementie of geestelijke stoornis.
De dochter en broer stelden dat de vader gedragsveranderingen vertoonde en mogelijk financieel werd beïnvloed door zijn partner, maar het hof vond deze vrees onvoldoende onderbouwd. Het hof oordeelde dat de verzoeken tot curatele, bewind en mentorschap ongegrond waren en vernietigde de eerdere beschikking tot bewind en mentorschap. De verzoeken tot proceskostenveroordeling werden afgewezen en partijen dragen elk hun eigen kosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot bewind en mentorschap en wijst de verzoeken tot curatele, bewind en mentorschap af.