In deze civiele zaak vordert een landbouwbedrijf een verklaring voor recht dat Waterschap De Dommel (WDD) onrechtmatig heeft gehandeld door zijn onderhouds- en beheersverplichtingen niet na te komen, waardoor wateroverlast ontstond en schade werd geleden. De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het hof analyseerde uitgebreid de feiten, waaronder de extreme neerslag in juni 2016, het beheer van watergangen, duikers en stuwen, en de zorgplicht van het waterschap. Het hof concludeerde dat het watersysteem voldeed aan de geldende normen (NBW-normen), dat WDD adequaat had gehandeld tijdens de wateroverlast en dat de extreme weersomstandigheden de schade veroorzaakten.
De stellingen van de appellant over onvoldoende onderhoud, nalatigheid bij duikers en stuwen, en grondwaterstijging werden gemotiveerd weersproken. Ook het causaal verband tussen het handelen van WDD en de schade werd niet vastgesteld. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen af, waarbij appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.