ECLI:NL:GHSHE:2022:1829
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkrachtberekening in hoger beroep
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 9 juni 2022 uitspraak gedaan over de vaststelling van kinderalimentatie in hoger beroep. De man betwistte de draagkrachtberekening van de rechtbank en stelde dat zijn inkomen door gezondheidsproblemen was gedaald, terwijl de vrouw de juistheid van zijn gegevens betwistte en een hogere draagkracht aannam.
Het hof nam het gemiddelde netto besteedbaar inkomen van de man over 2020 en 2021, inclusief een periode van loondienst, als uitgangspunt. Het hof concludeerde dat de man ondanks gezondheidsklachten niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet opnieuw inkomen uit loondienst kon verwerven. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €362 per maand, verminderd met onderhoudsverplichtingen voor twee andere kinderen, wat resulteerde in een beschikbare draagkracht van €170 per maand.
De behoefte van het minderjarige kind was vastgesteld op €338 per maand in 2021, stijgend naar €344 in 2022. Omdat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende was om volledig in de behoefte te voorzien, werd geen draagkrachtvergelijking toegepast. De man werd verplicht om vanaf 9 maart 2021 €170 per maand te betalen en vanaf 1 januari 2022 €173 per maand. Daarnaast werd bepaald dat de vrouw een eventueel teveel ontvangen bedrag niet hoeft terug te betalen vanwege haar beperkte inkomen en de aard van de kosten.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank Oost-Brabant werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie betalen van €170 per maand vanaf maart 2021 en €173 per maand vanaf januari 2022.