Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding in hoger beroep van 3 september 2020;
- het inschrijvingsherstelexploot van 28 februari 2022;
- de akte met productie van appellante.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter. Bij de inschrijving van de zaak heeft zij verzuimd de originele inschrijvingsherstelexploten van 20 januari 2021 en 1 februari 2022 te overleggen zoals vereist volgens artikel 3.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (LPR).
Hoewel appellante stelde dat zij volgens een gebruikelijke procedure handelde en het originele exploot niet meer in haar bezit was, kon het hof dit niet accepteren. Het ontbreken van het originele exploot verhinderde de noodzakelijke formele controle en daarmee de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat het eerste herstelexploot van 20 januari 2021 niet als geldig kon worden aangemerkt omdat de zaak niet tijdig op de rol van de aangezegde rechtsdag was ingeschreven. Latere herstelexploten konden dit verzuim niet herstellen zonder instemming van geïntimeerde, die niet was verschenen.
Daarom verklaarde het hof appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep en liet een proceskostenveroordeling achterwege wegens het niet verschijnen van geïntimeerde.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van originele inschrijvingsherstelexploten, waardoor de aanhangigheid van de zaak is vervallen.