Leystromen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst met [geïntimeerde] omdat in de gehuurde woning handelshoeveelheden soft- en harddrugs en hennep-gerelateerde materialen waren aangetroffen, wat volgens artikel 7.7 van de algemene huurvoorwaarden verboden is. De kantonrechter wees de vordering af, omdat de tekortkoming onvoldoende gewicht had om ontbinding te rechtvaardigen.
In hoger beroep bevestigde het hof dat [geïntimeerde] inderdaad drugs en kweekmaterialen in het gehuurde had, in strijd met de Opiumwet en de huurvoorwaarden. Het hof oordeelde echter dat de tekortkoming niet zwaar genoeg was voor ontbinding, mede vanwege het besluit van de burgemeester om sluiting van het gehuurde niet door te zetten, het ontbreken van concrete overlast of handel vanuit het gehuurde, en de persoonlijke omstandigheden van [geïntimeerde].
Verder was het hof van oordeel dat de algemene huurvoorwaarden van toepassing zijn en niet onredelijk bezwarend, en dat de aanwezigheid van hennep-gerelateerde goederen in de bedrijfsruimte niet aan [geïntimeerde] kan worden toegerekend. De vordering tot ontbinding werd daarom afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.