ECLI:NL:GHSHE:2022:1499
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie na wijziging omstandigheden en draagkracht
Het geschil betreft een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie voor het kind [minderjarige 1], na ontbinding van het huwelijk van partijen. De vrouw vorderde een verhoging van de alimentatie wegens tegenvallende resultaten van haar onderneming, een kapsalon, mede door coronamaatregelen.
De rechtbank wees het verzoek af, waarna de vrouw in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat de wijziging van de alimentatie beoordeeld moet worden aan de hand van artikel 1:401 BW Pro, waarbij sprake moet zijn van gewijzigde omstandigheden sinds de afspraak in het aanvullend ouderschapsplan van 2020.
Het hof stelde vast dat de vrouw in 2020 en 2021 een zeer beperkte winst behaalde door coronamaatregelen, wat haar draagkracht aanzienlijk beperkte. De man had een hogere draagkracht op basis van zijn fiscale loon. De zorgkorting werd vastgesteld op 35%. Voor de periode 1 januari 2021 tot 1 januari 2022 werd de kinderalimentatie vastgesteld op €319 per maand, en vanaf 1 januari 2022 op €315 per maand, rekening houdend met de draagkrachtverdeling en zorgkorting.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof bepaalde de nieuwe alimentatiebedragen, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verhoogd tot €319 per maand vanaf 1 januari 2021 en €315 per maand vanaf 1 januari 2022, met terugwerkende kracht.