ECLI:NL:GHSHE:2022:145
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot opheffing bewind afgewezen wegens voortzetting zelfredzaamheidstraject
De rechthebbende heeft in eerste aanleg verzocht om opheffing van het bewind dat sinds 2013 is ingesteld vanwege gokproblemen en schulden. Hij stelt inmiddels schuldenvrij te zijn, een WAO-uitkering te ontvangen en spaargeld te hebben opgebouwd. Tevens wordt er gewerkt aan zijn zelfredzaamheid in samenwerking met een zorggroep.
De bewindvoerder betoogt dat de rechthebbende nog niet in staat is zijn financiën zelfstandig te beheren en dat het zorgtraject nog in de tweede fase loopt. Voortzetting van het bewind is noodzakelijk om te voorkomen dat de rechthebbende onverantwoorde uitgaven doet.
Het hof oordeelt dat de grondslag voor het bewind niet is komen te vervallen. De stelling dat de bewindvoerder zijn taken niet goed uitvoert, is niet relevant voor het verzoek tot opheffing. Omdat de tweede fase van het zelfstandigheidstraject pas in november 2021 is gestart en loopt tot mei 2022, is het opheffen van het bewind nu te vroeg. Het traject moet worden afgewacht en geëvalueerd.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het verzoek tot opheffing wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind is afgewezen en de beschikking van de rechtbank Limburg is bekrachtigd.