Appellanten zijn in 2017 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en kregen in 2021 een verlenging van de looptijd tot januari 2022. De rechtbank oordeelde dat zij toerekenbaar tekortgeschoten zijn in het nakomen van hun verplichtingen, met name de inspannings- en sollicitatieplicht, en wees de schone lei af.
Appellanten gingen in hoger beroep en stelden dat zij mondeling solliciteerden met toestemming van hun voormalige bewindvoerder en dat hun huidige situatie, waaronder een fulltime baan van appellant en medische beperkingen van appellante, rechtvaardigt dat zij alsnog een verlenging krijgen om tekortkomingen te herstellen.
De bewindvoerder betwistte dit en stelde dat mondelinge sollicitaties niet volstaan, dat er geen bewijs is geleverd van schriftelijke sollicitaties en dat de verplichtingen ook na de verlenging niet naar behoren zijn nagekomen.
Het hof overwoog dat appellanten ondanks herhaalde waarschuwingen en verlenging niet aan de sollicitatie- en informatieplicht hebben voldaan, dat mondeling solliciteren onvoldoende is en dat appellante geen medische stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van haar beperkingen. Ook het niet meer informeren van de bewindvoerder sinds januari 2022 is een tekortkoming.
Het hof concludeert dat de tekortkomingen appellanten kunnen worden toegerekend en dat er geen grond is voor een tweede verlenging. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en de schuldsaneringsregelingen worden beëindigd zonder toekenning van de schone lei.