ECLI:NL:GHSHE:2022:1304
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging eenhoofdig gezag vader over minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die zijn gezag over zijn minderjarige dochter heeft beëindigd. De minderjarige is sinds haar geboorte onder toezicht gesteld en heeft meerdere uithuisplaatsingen ondergaan. Zij verblijft sinds 2019 op een stabiele plek waar zij de noodzakelijke hulpverlening ontvangt.
De vader wenst het gezag te behouden en stelt dat hij ondanks detentie regelmatig contact onderhoudt en achter de huidige verblijfplaats staat. De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling betwisten dit en wijzen op de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige, haar PTSS, hechtingsproblematiek en licht verstandelijke beperking.
Het hof overweegt dat het belang van de minderjarige om zekerheid en stabiliteit te ervaren zwaarder weegt dan het belang van de vader om het gezag te behouden. De vader heeft onvoldoende aangetoond dat hij binnen een aanvaardbare termijn aan zijn opvoedingsverantwoordelijkheid kan voldoen. Het verzoek tot schorsing van het gezag wordt eveneens afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat de vader een belangrijke rol blijft spelen in het leven van zijn dochter, ondanks de beëindiging van het gezag. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en verzoekt om toezending van de uitspraak aan het centraal gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en noodzaak van een stabiele verblijfplaats.