ECLI:NL:GHSHE:2022:1185

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 april 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
200.293.890_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 herschikte EEX-verordeningArt. 7 lid 2 herschikte EEX-verordeningArt. 10 overeenkomstArt. 23 herschikte EEX-verordeningArt. 66 herschikte EEX-verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter bij forumkeuzebeding in internationale overeenkomst

In deze civiele zaak vorderen appellanten betaling wegens schade als gevolg van het opzeggen van een samenwerkingsovereenkomst door Zack GmbH, wat leidde tot het faillissement van Bestgift B.V. De vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad, maar het hof onderzoekt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op basis van de herschikte EEX-verordening.

Het hof stelt vast dat het forumkeuzebeding in de overeenkomst tussen Bestgift en Zack geldt en dat de vordering verband houdt met een verbintenis uit overeenkomst, ondanks dat appellanten de vordering hebben gecedeerd gekregen van de curator. De Nederlandse rechter is daarom niet bevoegd.

Appellanten hebben onvoldoende onderbouwd dat het handelen van Zack jegens hen persoonlijk onrechtmatig was. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Limburg en veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: De Nederlandse rechter is niet bevoegd vanwege het geldige forumkeuzebeding; het hoger beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.293.890/01
arrest van 12 april 2022
in de zaak van

1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
Sicon Beheer B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
hierna tezamen aan te duiden als: [appellanten] . ,
advocaat: mr. P. Bavelaar LLM. te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Duits recht
Zack GmbH,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland),
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als: Zack,
advocaat: mr. E.H.M. Bieleveld te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 30 november 2020 en herstelexploot van 22 maart 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 9 september 2020, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellanten] als eisers en Zack als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/275341/HA ZA 20-143)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • het herstelexploot;
  • de memorie van grieven;
  • de memorie van antwoord.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3.De beoordeling

3.1.
Geen grieven zijn gericht tegen de vaststelling van de feiten in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.4 van het bestreden vonnis. Die feiten vormen daarom ook in dit hoger beroep het uitgangspunt. Het gaat in dit geding om het volgende.
3.1.1.
Appellant onder 2 (Sicon) was bestuurder en enig aandeelhouder van Bestgift B.V. (hierna: Bestgift), statutair gevestigd te [vestigingsplaats] . Appellant onder 1 ( [appellant 1] ) is (enig) bestuurder van Sicon en via een stichting administratiekantoor tevens de UBO (Ultimate Beneficial Owner) van de groep.
3.1.2.
Zack is een producent van RVS woonaccessoires. Bestgift was groothandel en importeur/distributeur van de collectie van Zack voor de Benelux. Tussen Bestgift en Zack is bij overeenkomst van 10 augustus 1994 een samenwerkingsovereenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst).
3.1.3.
Artikel 10 van Pro de overeenkomst luidt:
"Im Falle von gerichtlichen Auseinandersetzungen wird als Gerichtsstand der Ort des Jeweils Beklagten vereinbart."
3.1.4.
Zack heeft de overeenkomst op 1 juni 2016 opgezegd tegen het einde van 2017. Zack heeft reeds eerder dan laatstgenoemde datum de leveringen gestaakt.
3.1.5.
Bestgift is bij uitspraak van 20 september 2016 in staat van faillissement verklaard. De curator van Bestgift heeft bij akte van cessie van 9 januari 2019 alle vorderingen van Bestgift op Zack gecedeerd aan [appellant 1] .
3.2.
[appellanten] vorderen veroordeling van Zack tot betaling van € 2.549.194,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 21 september 2016 tot de voldoening.
[appellanten] hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat Zack onrechtmatig jegens Bestgift en hen (aandeelhouders/bestuurders van Sicon) heeft gehandeld door onder de gegeven omstandigheden de overeenkomst per 1 juni 2016 op te zeggen en medio augustus 2016 de leveringen aan Bestgift te staken, hetgeen heeft geleid tot het faillissement van Bestgift. Zack dient de daardoor geleden schade te vergoeden, aldus [appellanten]
3.3.
Zack heeft zich beroepen op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.
3.4.
Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank het standpunt van Zack gehonoreerd en zich onbevoegd verklaard van de vordering van [appellanten] kennis te nemen.
3.5.
[appellanten] heeft in hoger beroep zes grieven aangevoerd. [appellanten] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van hun vorderingen, althans tot terugverwijzing van de zaak naar de rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Het hof zal in het hiernavolgende de grieven gezamenlijk behandelen.
3.6.
Zack was ten tijde van de inleidende dagvaarding gevestigd in Duitsland. Het geschil heeft derhalve internationale aspecten, zodat allereerst moet worden onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is om er kennis van te nemen. Nu de onderhavige rechtsvordering is ingesteld na 10 januari 2015, is de herschikte EEX-verordening (ook wel Brussel I-bis geheten) van toepassing (hierna: de verordening). Uitgangspunt van die verordening is (artikel 4 lid Pro 1) dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat.
De omstandigheid dat het forumkeuzebeding is overeengekomen voordat de herschikte EEX-verordening in werking trad, verhindert, anders dan [appellanten] hebben aangevoerd, de toepasselijkheid van die verordening niet, zo volgt uit artikel 66 van Pro de verordening die een overgangsbepaling bevat.
3.7.
[appellanten] stellen zich op het standpunt dat de Nederlandse rechter, als alternatief forum, bevoegd is van de vordering kennis te nemen op grond van artikel 7 lid 2 van Pro de herschikte EEX-verordening. Daarin is bepaald dat ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad de gedaagde voor het gerecht van de lidstaat kan worden opgeroepen waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen.
Zack stelt zich daarentegen op het standpunt dat uit het in de overeenkomst opgenomen forumkeuzebeding volgt dat de Duitse rechter bevoegd is. Weliswaar was de overeenkomst gesloten tussen Zack en Bestgift, maar de vordering van [appellanten] is een afgeleide vordering; het betreft een vorderingsrecht dat door de curator van Bestgift is gecedeerd aan [appellant 1] . Daarom geldt volgens Zack tussen partijen toch het forumkeuzebeding.
3.8.
Of sprake is van een vordering uit onrechtmatige daad dient verordenings-autonoom te worden vastgesteld. Sprake moet zijn van een rechtsvordering die beoogt de aansprakelijkheid van de verweerder in het geding te brengen en die geen verband houdt met een verbintenis uit overeenkomst in de zin van art. 7, aanhef en sub 1 herschikte EEX-verordening (vgl. HvJ EG 27 september 1988, ECLI:EU:C:1988:459 Kalfelis/Schröder). De kwalificatie naar nationaal recht is niet van belang. Het komt erop aan of de verweten gedraging kan worden beschouwd als de niet-nakoming van de contractuele verbintenissen zoals deze kunnen worden bepaald aan de hand van het voorwerp van de overeenkomst (HvJEU 13 maart 2014, ECLI:EU:C:2014:148 Brogsitter/FMN). Indien er geen sprake is van een vrijwillig aangegane verbintenis dan is er sprake van een verbintenis uit onrechtmatige daad.
3.9.
Artikel 23 van Pro de herschikte EEX-verordening stelt de eis dat de forumkeuze is opgenomen 'voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan'. Dit vereiste houdt in dat de werking van een forumkeuzebeding moet worden beperkt tot geschillen die voortvloeien uit de rechtsbetrekking in verband waarmee de overeenkomst werd gesloten. Hierdoor wordt vermeden dat een partij wordt verrast door de toekenning aan een bepaald gerecht van de bevoegdheid om kennis te nemen van alle geschillen die voortvloeien uit haar betrekkingen met haar medecontractant en die hun oorsprong vinden in een andere betrekking dan die welke aanleiding vormde voor de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter (ECLI:EU:1992:115, onder 31).
In het onderhavige geval speelt dit gevaar niet. Het in de overeenkomst opgenomen forumkeuzebeding kan naar het oordeel van het hof redelijkerwijs niet anders worden uitgelegd dan dat het betrekking heeft op de rechtsbetrekking die tussen partijen is ontstaan als gevolg van het sluiten van de overeenkomst. Het hof verwerpt derhalve de stelling van [appellanten] dat het forumkeuzebeding te onbepaald is en daarom buiten beschouwing moet blijven.
Ook het tijdsverloop tussen het aangaan van de overeenkomst, in 1994, en het faillissement, in 2016, rechtvaardigt een dergelijke conclusie niet. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de samenwerking volgens [appellanten] in de loop van de jaren uitvoeriger en omvangrijker is geworden.
3.10.
Hetgeen [appellanten] aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd (onrechtmatige daad) is, zoals gezegd, niet beslissend is voor de kwalificatie of er sprake is van een verbintenis uit onrechtmatige daad. Het gaat om de vraag of in deze procedure de aansprakelijkheid van Zack in het geding is zonder dat er een verband is met een verbintenis uit overeenkomst. Of dat het geval is moet verordenings-autonoom worden uitgelegd.
In de inleidende dagvaarding hebben [appellanten] aangevoerd (punt 27) dat Zack onrechtmatig jegens Bestgift heeft gehandeld door eerst mee te werken aan een herfinanciering om vervolgens het faillissement van Bestgift te veroorzaken door de samenwerking met Bestgift toch stop te zetten. Het onrechtmatig handelen waarvan volgens [appellanten] sprake is geweest, bestond dus uit het opzeggen van de overeenkomst. Dit handelen jegens Bestgift houdt naar het oordeel van het hof onmiskenbaar verband met een verbintenis uit een overeenkomst.
In ieder geval voor zover [appellanten] zich erop beroepen dat zij de onderhavige vordering gecedeerd hebben gekregen van de curator van Bestgift, moet ervan worden uitgegaan dat zij het in artikel 10 van Pro de overeenkomst opgenomen forumkeuzebeding tegen zich moeten laten gelden. Het hof wijst in dit verband op de brief van de advocaat van [appellanten] aan Zack, waarin aanspraak wordt gemaakt op het in deze procedure gevorderde bedrag, en waarin die advocaat zich er uitdrukkelijk op beroept dat de vordering is gecedeerd:
"Hiermit zeige ich im Namen meines Mandanten Herrn [appellant 1] an, dass Herr [persoon A] in seiner Eigenschaft als Konkursverwalter die Schadenersatzforderung gegenüber ZACK GmbH am 09-01-2019 an Herrn [appellant 1] abgetreten hat."
De gebondenheid van de cessionaris ( [appellanten] ) aan het forumkeuzebeding volgt uit de geldigheid van de forumkeuze tussen de oorspronkelijke partijen bij de overeenkomst.
3.11.
Niet valt in te zien dat en waarom de omstandigheid dat Bestgift in staat van faillissement is verklaard, zou afdoen aan de mogelijkheid van Zack om zich op het forumkeuzebeding te beroepen. Voor zover [appellanten] in punt 13 e.v. van de memorie van grieven een andersluidend standpunt innemen, verwerpt het hof dat standpunt.
3.11.
In punt 33 van de memorie van grieven hebben [appellanten] aangevoerd:
"Onder randnummer 1 van de[inleidende, toevoeging hof]
Dagvaarding wordt uitdrukkelijk aangegeven dat Sicon de enige aandeelhoudster van Bestgift was en [appellant 1] de Ultimate Beneficial Owner (afgekort "UBO") oftewel de uiteindelijke belanghebbende van Sicon is. Bestgift is failliet en Sicon en [appellant 1] leiden dientengevolge schade. Mede door het faillissement van Bestgift kunnen zij zelf schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad van Zack vorderen, nu het handelen van Zack ook onrechtmatig was jegens hen."
Het hof overweegt dat de omstandigheid dat [appellanten] schade lijden, nog niet wil zeggen dat de gedraging van Zack (de opzegging van de overeenkomst) om die reden ook jegens hen onrechtmatig was. In de inleidende dagvaarding hebben [appellanten] in het geheel niet uiteengezet dat en waarom het handelen van Zack niet alleen jegens Bestgift maar ook jegens [appellanten] onrechtmatig was, anders dan dat zij als (indirect) aandeelhouders schade hebben geleden.
Gezien het voorgaande moet de Zack verweten gedraging naar het oordeel van het hof hoe dan ook gekwalificeerd worden als verband houdende met een verbintenis uit overeenkomst in de zin van de herschikte EEX-verordening. Niet kan worden gezegd dat de aansprakelijkheid van Zack in het geding is zonder dat er een verband bestaat met een vrijwillig aangegane verbintenis uit overeenkomst. Dat betekent dat [appellanten] het forumkeuzebeding tegen zich moeten laten gelden. De grieven falen. Ook naar het oordeel van het hof is de Nederlandse rechter niet bevoegd om van de vordering kennis te nemen.
3.12.
Als de in het ongelijk gestelde partij dienen [appellanten] in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld. De door Zack gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als hierna vermeld.

4.De uitspraak

Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellanten] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Zack op € 5.517,- aan griffierecht en op € 1.114,- aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 163,- als geen betekening plaatsvindt dan wel op € 248,- en de explootkosten als niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de hierbij uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden,
en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders in beroep gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 april 2022.
griffier rolraadsheer