In deze zaak stond de vraag centraal of de huurder tekort was geschoten door het kweken van hennep in de tuin en het bewaren van een grote hoeveelheid gedroogde hennep in de schuur van de gehuurde woning. De politie trof vier grote hennepplanten en 4.555 gram gedroogde hennep aan, wat ruim boven de gedoogde hoeveelheid van vijf planten ligt. De huurder stelde dat de hennep uitsluitend voor eigen gebruik was en dat de huurovereenkomst daardoor niet terecht was ontbonden.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat de huurder niet tekort was geschoten, maar het hof stelde vast dat het kweken van meer dan een geringe hoeveelheid hennep voor eigen gebruik een tekortkoming is. Dit vanwege de risico's op overlast, verloedering en onveiligheid die daarmee gepaard gaan, evenals het beleid van de verhuurder om hiertegen op te treden.
Verder oordeelde het hof dat de verkoop van de woning aan een derde na ontruiming een gebrek vormt waardoor voortzetting van de huurovereenkomst onmogelijk is. De buitengerechtelijke ontbinding door de verhuurder per 9 januari 2020 was daarom rechtsgeldig. De vordering van de huurder om de ontbinding ongedaan te maken werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.