De appellant kocht medio 2016 een geïmporteerde auto en sloot in maart 2017 een autoverzekering af bij Nationale Nederlanden. De polis bevatte een diefstalbeveiligingsclausule die voorschreef dat de auto moest zijn uitgerust met een VbV-goedgekeurd alarmsysteem met hellingshoekdetectie en dat een geldig certificaat moest worden overlegd.
De auto werd in november 2017 gestolen. Uit onderzoeken bleek dat de auto niet beschikte over een geldig VbV-certificaat en dat het af-fabriek geïnstalleerde alarmsysteem niet voldeed aan de VbV-eisen. Nationale Nederlanden weigerde dekking op grond van het niet naleven van de beveiligingsclausule.
De appellant voerde aan dat hij niet voldoende was geïnformeerd over de clausule, dat de clausule niet was overeengekomen, of nietig was, en dat het af-fabriek geïnstalleerde alarmsysteem volstond. Het hof oordeelde dat de clausule duidelijk en begrijpelijk was geformuleerd en onderdeel uitmaakte van de kern van de verzekering. De appellant had onvoldoende feiten aangevoerd om aan te tonen dat het alarmsysteem voldeed aan de VbV-eisen.
Het hof verwierp de grieven van appellant, bevestigde dat Nationale Nederlanden niet tot uitkering is gehouden en veroordeelde appellant in de proceskosten. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.